Laatste berichten

Categorieën

juli 2009

ma di wo do vr za zo
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31    

Neem inhoud van deze site over (XML)
Openbare informatie over de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de strijd tegen terrorisme.

Open source information on intelligence and counter-terrorism in The Netherlands

Q & A screening kandidaat-bewindspersonen door AIVD

De formateur moet voor zijn nieuwe kabinet op zoek naar kandidaat-ministers en –staatssecretarissen. Hij moet weten of er zaken zijn die de integriteit of betrouwbaarheid van die bewindslieden-in-spé kunnen aantasten. Welke rol speelt de AIVD daarin? Zeven vragen en antwoorden.

Welke rol heeft de AIVD in het screenen van kandidaat-bewindspersonen?
De toenmalige minister-president schreef in december 2002 in een brief aan de Tweede Kamer dat een formateur voor iedere kandidaat-minister enkele feitenonderzoeken laat doen. Eén daarvan is een onderzoek door de AIVD, die daarvoor op verzoek van de formateur naslag doet in zijn bestanden.

Doet de AIVD actief onderzoek?
Nee, wij kijken alleen wat er eventueel voor informatie in onze bestanden voorkomt. Het gaat dus alleen om informatie die de AIVD heeft verzameld in het kader van het wettelijke onderzoek dat de dienst doet. Het is goed mogelijk dat niets over de kandidaat-bewindspersoon in onze bestanden staat.

Zoekt de AIVD in bestanden van andere organisaties?
Nee, wij kijken in onze eigen bestanden.

Geeft de AIVD advies aan de formateur?   

Nee, wij melden of iemand in onze bestanden voorkomt en hoe.

Is het onderzoek te vergelijken met een zogenoemd veiligheidsonderzoek?

Nee, een veiligheidsonderzoek wordt uitgevoerd naar personen die een vertrouwensfunctie gaan bekleden. Dat is van een heel andere soort en aard dan alleen een naslag in onze bestanden. Een veiligheidsonderzoek kan enkele maanden in beslag nemen.

Waarom wordt er geen veiligheidsonderzoek gedaan naar een bewindspersoon?
De Wet Veiligheidsonderzoeken biedt hiertoe geen bevoegdheid, omdat politieke functies niet kunnen worden aangemerkt als vertrouwensfuncties. Tijdens het debat over de regeringsverklaring medio 2002 is dit nog eens bevestigd.

Wat is de rol van de formateur?
De formateur gaat bij iedere kandidaat-bewindspersoon na of er zaken zijn die de integriteit of betrouwbaarheid van betrokkene kunnen aantasten. Zoals minister-president Balkenende in december 2002 in een brief aan de Tweede Kamer schreef, doet de formateur dat onder meer door drie externe onderzoeken aan te vragen: een justitieel antecedentenonderzoek in het justitieel documentatieregister, een onderzoek door de belastingdienst in het fiscale dossier van betrokkene en het onderzoek door de AIVD. Daarnaast wordt met de kandidaat onder meer gesproken over zijn of haar financiële en zakelijke belangen, en over functies, nevenfuncties en andere nevenactiviteiten.

(bron: AIVD, 7 februari 2007, www.aivd.nl)

Kamp overweegt aangifte na 'martelprimeur'

Door Jan Kooistra en Eric Vrijsen

Minister van Defensie Henk Kamp (VVD) stuurt mogelijk aan op een strafrechtelijk onderzoek naar de betrokkenheid van medewerkers en ex-medewerkers van Defensie bij de totstandkoming van de 'martelprimeur' van de Volkskrant.

Dat heeft Kamp woensdag gezegd tijdens een debat in de Tweede Kamer over de kwestie. De Volkskrant schreef vorig jaar, vijf dagen voor de verkiezingen, dat Nederlandse militairen in Irak betrokken zijn geweest bij martelingen van gevangenen.

Nadat Elsevier onthulde dat PvdA-kamerlid Ton Heerts nauw betrokken was bij de totstandkoming van het Volkskrant-verhaal, naar eigen zeggen als adviseur van de Volkskrant-verslaggever, onthulde de hoofdredacteur van de Volkskrant, Pieter Broertjes, vorige week op Radio 1 zijn bron: Cees Neisingh, de oud-bevelhebber van de marechaussee.

Doofpot
Kamp is woedend dat in het Volkskrant-artikel niet stond dat het Openbaar Ministerie onderzoek heeft gedaan naar mogelijk wangedrag van MIVD-officieren in Irak en dat justitie concludeerde dat er geen reden was om tot vervolging over te gaan. Niks doofpot dus.

Neisingh zei vorige week in Elsevier dat hij de Volkskrant over dat onderzoek heeft verteld en dat hij heeft gezegd 'dat de zaak uit de wereld was'. Maar de Volkskrant schreef het niet op. Kamp wil precies weten hoe het verhaal in de krant is gekomen en wat precies de rol is geweest van Neisingh en van Heerts, die in zijn tijd bij de marechaussee al bekend stond om zijn innige banden met de media, zo onthult Elsevier deze week.

Een meerderheid in de Tweede Kamer van VVD, PVV, CDA en SP wil dat ook weten en is daarom voor een onderzoek naar het lekken van vertrouwelijke informatie bij Defensie. Maar de PvdA probeert dat onderzoek uit te stellen, de socialisten hebben een motie ingediend die stelt dat eerst twee andere onderzoeken moeten worden afgewacht die al zijn aangekondigd. Dan kan het maanden duren.

Kamp en de Kamer nemen volgende week dinsdag pas een besluit, eerst krijgt de Volkskrant de kans om openheid van zaken te geven. Broertjes heeft aangekondigd met een feitenrelaas te komen, dat zou mogelijk zaterdag worden gepubliceerd.

(bron: Elsevier, 7 februari 2007, www.elsevier.nl)

Inspecteur-generaal goed voor AIVD

De controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is een reden van aanhoudende zorg. Waarom schrikt de minister terug voor een interne waakhond?

Frank Kuitenbrouwer

Aivd_logo_4 De controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is een reden van aanhoudende zorg. Waarom schrikt de minister terug voor een interne waakhond? Net zoals over zijn voorganger de BVD wordt over de AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) vaak een beetje lacherig gedaan. Daar is geen enkele reden toe, want de dienst beschikt over bevoegdheden die diep ingrijpen in de burgerlijke vrijheden. Volgens sommige insiders doet de AIVD het trouwens helemaal niet zo slecht als de recente opwinding over uitgelekte dossiers zou doen vermoeden. Wel valt er het nodige te verbeteren, constateerde de commissie- Havermans die in 2004 de AIVD evalueerde. Zij deed maar liefst 52 aanbevelingen waarvan het kabinet er 50 overnam.

Toch ontbreekt er iets onder het hoofdje „versterking van de controle op organisatie en functioneren van de AIVD”: een inspecteurgeneraal. De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten van 2002 bracht, behalve een serie nieuwe bevoegdheden voor de spooks, een speciale Commissie van toezicht. Deze staat onder voorzitterschap van rechter Irene Michiels van Kessenich-Hoogendam en laat met enige regelmaat van zich horen. Onlangs nog weer in het geval van de klachten over mishandeling van gevangenen door Nederlandse inlichtingenfunctionarissen in Irak. Het is een commissie van drie buitenstaanders, die onafhankelijk is van regering en parlement, al is zij onderdeel van het systeem van democratische controle op de diensten (behalve de AIVD ook de militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst MIVD).

Na een kennelijk niet eenvoudige start –Michiels van Kessenich sprak tegenover de Staatscourant elegant van „verrijkende, interessante juridische discussies” – is er al snel „een bepaalde consensus” gegroeid. Toch mist er zoals gezegd nog een interne waakhond. De Commissie van Toezicht vroeg daar zelf om in het jaarverslag 2005-2006 naar aanleiding van de aanbevelingen van de evaluatiecommissie. Deze had versterking van de controle juist toebedacht aan de Commissie van Toezicht. Maar deze mag alleen de rechtmatigheid van AIVD-optreden toetsen en niet de doelmatigheid. Voor een externe commissie is, ondanks ruime, wettelijk vastgelegde onderzoeksbevoegdheden, het eerste al een hele opgave maar het laatste helemaal. Ook al zijn de twee aspecten van het toezicht nooit helemaal te scheiden.

Een typerend voorbeeld is de bescherming van informanten door de AIVD. Dat is een wettelijke plicht, dus toetsbaar, maar nauw verbonden met de vraag of de dienst dat ook deugdelijk heeft aangepakt. Kan de dienst in bepaalde gevallen niet met minder ingrijpende methoden volstaan is een andere toetsteen van de wettelijk geregelde controle op de AIVD die onvermijdelijk leidt tot doelmatigheidsvragen. De commissie is duidelijk niet van plan deze kwesties uit de weg te gaan, maar moest toch vaststellen dat haar taak primair „op het juridische vlak” ligt.

Hier komt de inspecteur-generaal in beeld. Niet als vervanging van de Commissie van Toezicht maar als aanvulling en versterking. In de Verenigde Staten werd in 1953 al een inspecteur-generaal bij de CIA aangesteld die operaties tegen het licht kan houden, vaak (maar niet noodzakelijk) een oude rot in het vak. Een belangrijk kenmerk van zijn positie is onbeperkte toegang tot de directeur van de CIA om hem bij de les te houden. Ook Canada heeft zo’n functie ingevoerd, evenals Australië.

De titel inspecteur-generaal wekt al snel associaties met Gogols gelijknamige komedie of de latere versie met de Amerikaanse filmkomiek Danny Kaye, die voornamelijk goed zijn voor een glimlach. Toch kan de Commissie van Toezicht best een steuntje gebruiken. Al was het alleen omdat de AIVD een sterke groei doormaakt. Er moeten honderden nieuwe personeelsleden worden geworven. Zo’n grote instroom zet de kwaliteit van het werk extra onder druk. In het algemeen is het organiseren van tegenspraak een elementaire noodzaak voor een dienst die onvermijdelijk in het geheim opereert en extra vatbaar is voor blinde vlekken. Zoals een voormalige inspecteur-generaal van de CIA, Fred Hirtz het uitdrukte: „absolute secrecy corrupts absolutely” – ook intern. Het is in zijn woorden altijd nodig „te kijken naar de donkere kant van de maan”.

Toch liet minister Remkes (Binnenlandse Zaken) op 14 december 2005 de Tweede Kamer kortweg weten „geen reden te zien nog een aparte instantie zoals een inspecteur- generaal toe te voegen aan het stelsel van democratische controle”.

De verantwoordelijke bewindsman heeft echter wel degelijk een goede reden daar werk van te maken. Er komen heel wat vragen over de AIVD op hem af. Voor de antwoorden is zijn departement veelal afhankelijk van wat de leiding van de dienst aanlevert. Het kan ook voor de minister geen kwaad als een paar extra ogen daar naar kijken.

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad.

(bron: NRC/Handelsblad, 6 februari 2007, www.nrc.nl)

Terror trial a chance to redeem U.S. as civil rights standard bearer

Tribune Editorial

The United States has in its custody a man charged with terrorism against U.S. forces in Iraq and, best of all, we've come by him legally. No snatches off the street, no extraordinary renditions, no secret prisons, no mysterious departures from darkened airfields. As a result of a joint investigation by the Dutch and the FBI, the Netherlands extradited to the United States over the weekend Wesam al-Delaema, 33, an Iraqi-born Dutch citizen. He faces four criminal charges, the most serious one being that he conspired to kill U.S. citizens abroad with an explosive device.

Delaema had the bad judgment to have himself and a group he called Mujahideen from Fallujah videotaped while planting bombs along a road in Iraq used by U.S. troops. The tape was widely broadcast on Arab TV, where it came to the attention of U.S. and Dutch authorities.

Al_delaema_at_a_dutch_tv_comedy_show_1 It is a measure of how far we have fallen in the world's estimation that before the Dutch would extradite him, they extracted assurances from the Justice Department that Delaema would be tried in federal court and not before one of the nowinfamous Guantanamo military commissions. Further the United States pledged that he could serve any sentence - the charges carry a maximum of life - in a Dutch prison. The Dutch extradition court overlooked protests by Delaema's lawyer that the United States might torture him.

According to the Associated Press, Delaema said he made the videotape after being kidnapped and threatened with beheading, certainly a risk one runs in Iraq, but his protestations were somewhat belied by an interview he gave Dutch television in which he said his death was unimportant if it stopped the United States and Britain from stealing Iraq's oil and killing its women and children. Again according to AP, Delaema's family said the interview was meant as a joke, one that probably won't get a whole lot of laughs in an American courtroom.

He will be the first suspect tried in the United States for actions committed in Iraq in connection with the insurgency. The United States can begin rebuilding its reputation for adherence to due process and the rule of law by ensuring that Delaema has a visibly fair trial without recourse to testimony that he and his lawyers can't see or witnesses that they can't question.

(source: East Valley Tribune, 3 February 2007, www.eastvalleytribune.com)

Terreurfonds eist opheffing blokkade

door Joost de Haas

Een verboden terreurfonds wil weer actief worden in Nederland en heeft de rechter gevraagd om de opheffing ongedaan te maken.

Het gaat om de stichting Al-Haramain, die op de internationale terreurlijsten staat en om die reden sinds gisteren in ons land is verboden.

Al-Haramain blijkt onlangs naar het College van Beroep voor het Bedrijfsleven te zijn gestapt om de deuren weer te kunnen openen. Het fonds eist herinschrijving in de Kamer van Koophandel van Amsterdam.

Al-Haramain werd vorig jaar door de Kamer ontbonden en opgedoekt, maar stelt nu dat er vormfouten zijn gemaakt. Dat bevestigt de Haagse advocaat van het fonds, mr. Ad Westendorp.

De stichting maakt deel uit van een netwerk dat in tal van landen is verboden wegens ondersteuning van terrorisme. Het vanuit Saoedi-Arabië geleide Al-Haramain heeft gelden doorgesluisd naar de terreurorganisaties Al-Qaeda en Hamas en was volgens de VS ook betrokken bij de voorbereiding van aanslagen.

Het Nederlandse filiaal heeft nauwe banden onderhouden met de Amsterdamse moskee El-Tawheed. Oprichter van Al-Haramain in ons land was de imam van El-Tawheed.

(bron: Telegraaf, 2 februari 2007, www.telegraaf.nl)

informatie over plaatsing op terrorismelijst

De informatievoorziening aan personen en organisaties die op de Europese terrorismelijst zijn geplaatst, is recent verbeterd. Ook zullen zij in staat worden gesteld om hun standpunt over de plaatsing kenbaar te maken. Dit schrijft minister Hirsch Ballin in antwoord op schriftelijke vragen van het Kamerlid De Wit naar aanleiding van een uitspraak van het Gerecht van Eerste Aanleg van het Europese Hof van Justitie in december 2006.

Zo moet de Raad van de EU personen en organisaties die op de lijst geplaatst worden direct na plaatsing meedelen wat de belastende redenen zijn, tenzij dwingende overwegingen inzake openbare orde, veiligheid of het onderhouden van internationale betrekkingen zich hiertegen verzetten. Staatsgeheimen kunnen door deze uitzondering beschermd blijven.

Door personen en organisaties te informeren en hen in staat te stellen te reageren op het plaatsingsbesluit en ontlastende argumenten aan te voeren bij de Raad, zijn hun rechten op hoor en wederhoor gewaarborgd. Vervolgens kunnen zij in beroep bij het Gerecht van Eerste Aanleg.

Ook bij de VN-lijst zijn door de Veiligheidsraad meer procedurele waarborgen ingevoerd. Personen en organisaties die op de VN-lijst zijn geplaatst worden beter geïnformeerd en kunnen zich rechtstreeks tot het VN-secretariaat wenden met een verzoek om van de lijst te worden gehaald.

‘Het met meer waarborgen omkleden van de procedure heeft naar mijn mening juist positieve gevolgen voor de terrorismebestrijding in Nederland en Europa. Dergelijke waarborgen verhogen de rechtsbescherming en dragen daarmee bij aan de verdere acceptatie van de maatregelen ter bestrijding van het terrorisme’, aldus de minister bij de beantwoording van schriftelijke vragen van de Kamerleden Çörüz en Van Haersma Buma over dezelfde rechtszaak. Uit de recente uitspraak van het Gerecht van Eerste Aanleg leidt de bewindsman niet af dat er onvoldoende rechtsbescherming is tegen plaatsing op de Europese terrorismelijst. De uitspraak laat juist zien dat er effectieve rechtsbescherming is.

De wet die het automatisch verbod van organisaties op een terrorismelijst van de Europese Unie of de Verenigde Naties regelt, zal op 1 februari 2007 in werking treden. Dergelijke organisaties mogen niet meer actief zijn in Nederland; deelneming aan de voortzetting van de activiteiten van zo’n organisatie wordt strafbaar.

(bron: ministerie van Justitie, 31 januari 2007, www.justitie.nl)

Remkes: soms spionage in Nederland

Buitenlandse inlichtingendiensten spioneren soms in Nederland. Daarbij kan het gaan om politieke-, wetenschappelijke- en bedrijfsspionage, maar ook om ,,ongewenste beïnvloeding'' van allochtonen.

Dat zei minister Johan Remkes (Binnenlandse Zaken) donderdag in een overleg met de Tweede Kamer. Hij wilde in het openbaar niet zeggen om welke landen het gaat.

Als er buitenlandse diensten in ons land actief zijn zonder dat dat gebeurt onder de vlag van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), wordt actie ondernomen. ,,Dat gebeurt zo af en toe'', zei Remkes. Als spionage aan de orde is, volgen ,,indringende gesprekken en maatregelen''.

Toegenomen dreiging
Het hoofd van de AIVD, Sybrand van Hulst, zei eind april vorig jaar dat Iran in 2005 in Nederland heeft geprobeerd in het geheim kennis te bemachtigen over massavernietigingswapens. Al eerder wees de AIVD op de toegenomen dreiging van spionage, die zich vooral richt op de overheid, bedrijven en universiteiten. De AIVD heeft een geactualiseerde brochure uitgegeven om de instellingen te waarschuwen voor mogelijke spionageactiviteiten, maar grijpt soms ook actief in, aldus Remkes.

Kamerleden wilden weten of Nederlandse inlichtingendiensten ook wel eens spioneren in het buitenland, of de samenwerking met buitenlandse diensten is verbroken nadat de spionage was ontdekt en wat politieke spionage precies inhoudt. Remkes wil dergelijke vragen alleen beantwoorden in de Kamercommissie voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, waarin vertrouwelijke informatie wordt gedeeld.

(bron: ANP/Leeuwarder Courant, 1 februari 2007, www.leeuwardercourant.nl)

Remkes weidt niet uit over buitenlandse spionage

Minister van Binnenlandse Zaken Johan Remkes (VVD) wil niet openbaar maken vanuit welke landen in Nederland wordt gespioneerd. Dat bleek donderdag tijdens een overleg in de Tweede Kamer, waar het jaarverslag van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) over 2005 werd besproken.

Uit het jaarverslag bleek in april vorig jaar dat het aantal landen dat 'heimelijk activiteiten in Nederland ontplooit' gegroeid is. Het gaat bijvoorbeeld om het versterken van loyaliteit onder migranten in Nederland en het hinderen van dissidenten. Daarnaast werden als 'landen van zorg' Iran, Pakistan en Noord-Korea genoemd, landen die kennis zouden willen vergaren voor de ontwikkeling van massavernietigingswapens.

In Nederland wordt door verschillende buitenlandse veiligheidsdiensten gespioneerd in de politiek, de wetenschap en het bedrijfsleven zei Remkes donderdag. Daarnaast wordt geprobeerd om mensen in Nederland actief te beïnvloeden. In het jaarverslag werd al melding gemaakt van verschillende vormen van spionage. De Tweede Kamerleden Laetitia Griffith (VVD) en Naïma Azough (GroenLinks) wilden van Remkes weten op welke wijze deze manieren van spionage plaatsvinden en welke landen daarbij betrokken zijn.

Remkes wilde donderdag niet verder verduidelijken wat deze spionage inhield. "In verband met diplomatieke betrekkingen, maar ook vanwege operationele redenen, kan ik daar niks over zeggen in deze commissie", zei Remkes.

De minister zei wel dat hij de Kamer wilde informeren via de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD). Daarin zitten de fractievoorzitters van alle politieke partijen in de Tweede Kamer, behalve de SP. Wat er in die commissie besproken wordt is staatsgeheim. De SP wil niet in de CIVD plaatsnemen omdat de partij de commissie 'niet zinvol en inefficiënt' vindt. Remkes beschuldigde de SP van 'weglopen voor verantwoordelijkheid'.

(bron: Novum/Trouw, 1 februari 2007, www.trouw.nl)

kwestie-Heerts: 'Ik vond het zó unfair'

Gesprek met oud-bevelhebber Cees Neisingh, die PvdA'er Ton Heerts en de Volkskrant al in oktober ontlastende informatie gaf

Cees Neisingh, oud-bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee: ‘In de zomer van 2006 had ik een lunchafspraak met Ewoud Nysingh, een voormalig journalist van de Volkskrant. Tijdens het gesprek schoof Jan Hoedeman van de Volkskrant aan. Het gesprek ging over allerlei juridische vraagstukken tijdens militaire missies.

Eind september belde Hoedeman mij op. Hij wilde me nóg eens ontmoeten. We maakten een afspraak in oktober. Maar voor het zover was, sprak ik op zijn voicemail in dat ik verhinderd was. Ik moest op mijn kleinkinderen passen. Op de bewuste avond belde Hoedeman mij en drong erop aan toch met mij te praten. Ik stemde toe en zei dat hij dan maar naar het oppasadres moest komen. De kinderen lagen al te slapen. Aan het eind van ons telefoongesprek werd ik overrompeld door de mededeling dat hij Ton Heerts zou meenemen.’

Neisingh voelde zich overvallen, maar besloot erin te berusten. Hoedeman en Heerts kwamen die avond met hem praten.

Neisingh: ‘Ik wist toen nog niet dat Heerts Kamerlid van de PvdA zou worden. Ik vond het natuurlijk wel een rare mix: een journalist met een vakbondsman. In een informele sfeer had Hoedeman het met mij over juridische kwesties. Opeens hielden de theoretische vragen op. Pardoes kwam aan de orde: wat is er met die gevangenen in Irak gebeurd? Ik zei dat ik daar weinig van wist, maar dat ik me wel kon herinneren dat chef defensiestaf Luuk Kroon mij een keer gebeld had over “gedoe” met gevangenen in Irak. Ik vertelde Hoedeman en Heerts dat ik destijds Kroon had aangeraden aangifte te doen, zodat de marechaussee een onderzoek kon instellen en het Openbaar Ministerie een beslissing zou nemen. Ik vertelde dat ik naderhand had gehoord dat justitie ernaar had gekeken en dat de zaak uit de wereld was. Er was niks uit dat onderzoek gekomen.

‘Tijdens het gesprek met Hoedeman en Heerts is het woord “martelen” niet gevallen. Toch vond ik hun Irak-verhaal erg raar. Als er in 2003 uit een onderzoek zou zijn gebleken dat er strafbare feiten waren, dan had ik het geweten. Als bevelhebber was ik degene die minister Kamp moest inlichten over de uitkomst van elk groot onderzoek. Ik heb tegen Hoedeman en Heerts gezegd dat ze bij justitie in Arnhem het spoor konden volgen en alles konden verifiëren. Heerts concludeerde: “Dan moeten we dus naar Weerkamp.” Want hij kende de officier van justitie die belast is met militaire zaken. Hoedeman kende dat soort namen niet. Mij viel tijdens het gesprek ook op dat Heerts en Hoedeman blikken van verstandhouding wisselden.

‘Ik ben naïef geweest. Ik ging uit van hun goede trouw. Maar ik had er een onbestemd gevoel over. Heerts stond bij de marechaussee bekend als iemand die voortdurend optrad in de media. Hij noteerde de klachten van de vakbondsleden. Het kwam weleens voor dat hij, in plaats van die klachten te bespreken met de korpsleiding, ermee naar de krant of de tv stapte. Voortdurend trad hij op in NOVA. Je zou kunnen denken dat hem dat een gevoel van macht gaf.

‘Op 17 november stond het verhaal in de Volkskrant. Ik zat in België en kreeg een telefoontje van mijn opvolger. Eerst dacht ik: het zal toch niet waar zijn? Vervolgens dacht ik: hier zit Heerts achter. De volgende avond zag ik op tv hoe de PvdA minister Kamp aanviel op het Irak-verhaal. Dat vond ik zó unfair. Ik belde het ministerie en had ontmoetingen met de commandant der strijdkrachten, generaal Dick Berlijn, en met secretaris-generaal Ton Annink. Ik vertelde precies wat mij met Hoedeman en Heerts was overkomen.'

(bron: Elsevier, 1 februari 2007, www.elsevier.nl)

Volkskrant onthult bron 'martelingen' Irak

Door Bas Benneker

Hoofdredacteur van de Volkskrant Pieter Broertjes heeft de naam van de 'klokkenluider' onthuld die de bron vormde van het artikel over vermeende martelpraktijken van MIVD-officieren in Irak dat vlak voor de verkiezingen verscheen.

In het Radio 1-journaal zei Broertjes woensdagochtend dat voormalig bevelhebber van de marechaussee Cees Neisingh de bron was van het artikel. 'We hebben de journalistieke code om nooit over bronnen te spreken,' aldus Broertjes, 'maar Neisingh praat zelf, dat is het bizarre van dit verhaal.'

Volgens Broertjes heeft Neisingh het aan zichzelf te wijten dat hij als bron bekend wordt. 'Als alle codes worden doorbroken, als bronnen weglopen bij hun verhaal en de minister niet het hele verhaal vertelt, moeten we onze feiten maar op tafel leggen.'

Bescherming
Afgelopen zaterdag zei Broertjes nog in zijn eigen krant dat hij zijn bronnen altijd zal beschermen. 'Dat mensen in gewetensnood bij een krant kunnen aankloppen met hun verhaal, is van belang voor de democratie. Klokkenluiders hebben bij de Volkskrant de zekerheid dat zij beschermd worden.'

Broertjes reageerde op de radio op het interview dat Neisingh deze week geeft aan Elsevier. Daarin zegt de oud-bevelhebber dat hij PvdA-kamerlid Ton Heerts en Volkskrant-verslaggever Jan Hoedeman heeft geïnformeerd dat justitie had gekeken naar de mogelijk wangedrag van MIVD-officieren in Irak, en dat de zaak uit de wereld was. 'Als er in 2003 uit een onderzoek zou zijn gebleken dat er strafbare feiten waren, dan had ik het geweten,' aldus Neisingh.

(bron: Elsevier, 31 januari 2007, www.elsevier.nl)

Volkskrant, PvdA Knew Iraq 'Torture' Was Not True

De Volkskrant and Labour (PvdA) MP Ton Heerts have been pushed into deeper embarrassment over the 'torture hoax' question. The newspaper and politician already knew last October that investigations had shown that torture was never used by the Dutch in Iraq, says former Military Police chief General Cees Neisingh.

Heerts acknowledged last week that he had "advised" a journalist at De Volkskrant on the writing of an article headlined "Dutch used torture in Iraq." This piece appeared in the newspaper on 17 November, five days before the general elections. The 'news' went all around the world.

Both the Public Prosecutor's Office (OM) and the Military Police had already concluded in 2003 that the interrogation methods used by the Dutch in Iraq that year could in no way be described as torture. De Volkskrant did not report this in its article. When Defence Minister Henk Kamp said so shortly after the publication, the newspaper watered down its allegations.

But according to Neisingh, De Volkskrant already knew all the facts before the publication. The same applied to Heerts. Both had a meeting with the former commander of the Military Police in October. It was unclear until now what information had been exchanged in it.

Neisingh has now said in Elsevier magazine and on TV station RTL4 that he told Heerts and Volkskrant journalist Jan Hoedeman during the meeting that the matter had already been closed since 2003, following the OM investigation. Still, De Volkskrant wrote on 17 November that the OM had been left in the dark by the Defence Ministry in the "cover-up".

Heerts denied Neisingh's reading on RTL4. He also continues to deny that he put De Volkskrant on the track of the 'torturing.' The newspaper's chief editor Pieter Broertjes had already claimed earlier that the newspaper was not aware of the completed OM investigation.

The PvdA still sees "no reason whatever" to doubt Heerts' story, a spokesman said in reply to questions. A leaked Internet poll earlier showed that the bulk of De Volkskrant journalists vote PvdA.

(source: www.nisnews.nl, 1 februari 2007)

No such thing as a 'European jihadist'

by Eric Hesen

Europe's so-called jihadists have very little in common. That, at least, is the main conclusion reached by Dutch terrorism expert Edwin Bakker of the Clingendael Institute for International Relations in The Hague. For his research work - entitled  'Jihadi Terrorists in Europe' - Mr Bakker studied the backgrounds and motives of almost 250 Muslims who have been either convicted on terrorist charges or accused of involvement in terrorism.

Although the people concerned may be completely different to one another, Edwin Bakker says one can see some similarities between the different terrorist groups in Europe. In most cases, for example, the Muslim terrorists that make up a group almost all come from the country in which that group is based. In other words, as Mr Bakker puts it himself, they are 'home grown':

"If you look at their background, then you see they are all of North African or Pakistani descent […] but when you look at where they grew up, then you see that the vast majority were born and brought up here and have already lived in Europe for a long time. Of the 244 terrorists I studied, a mere eight came from outside Europe to carry out attacks. The people who carry out attacks thought them up here and want to execute them here, too."Al-Qaeda
Edwin Bakker says there's very little contact between terrorist cells in different European countries. In the immediate aftermath of the attacks in the United States of 11 September 2001, terrorist groups in Europe appeared mainly to have links with, or get their instructions from, al-Qaeda. Now, Mr Bakker says, that's a thing of the past.

In the Netherlands, for example, the group codenamed Hofstad group by the Dutch authorities  - and which included Mohammed Bouyeri, the convicted murderer of Theo van Gogh - actually came into being in isolation. The Dutch AIVD intelligence and security service has in the past labelled such terrorists as 'self igniters' (zelfontbranders), but it's difficult to predict with real accuracy just what kind of person is susceptible to this process of radicalisation. Edwin Bakker explains:

"You come across Muslim terrorists as young as 16 as well as those in their late 50s, some with low and others with high levels of education. There isn't one single type of terrorist, and therefore it's really difficult to do anything to combat them. What you really need to do is take specific measures to get a true picture of these people - infiltration, for example."

Aims
Then there's the circumstance that the aim of the terrorists' activities has actually changed in recent years. Just after 9/11, many jihadists still had it in mind to try and establish some kind of Islamic state in Europe. Now, the aims appear to be determined on a more personal basis. Edwin Bakker explains: "With more recent incidents and networks, one has to wonder whether the aims are indeed still political. It seems more like there's a search for identity involved. Anger also plays a significant role in this - anger at what's being done to Muslims in the world, anger at the position and insulting of Muslims in Europe. Anger is always an important factor behind violence - and that appears to be even more the case with this group."

The Hofstad group
In this respect the Hofstad group in the Netherlands fits in perfectly with all the other European terrorist networks. This group, too, didn't appear to have any clearly formulated ultimate objectives. However, Edwin Bakker's research shows that the Hofstad group did set a trend in another respect, for its members were younger than, for example, the terrorists involved in the 11 September attacks in the US or in the attacks in Madrid.

Mr Bakker says the members of terrorist groups in other European countries are also becoming increasingly younger: "In Denmark, for example, youths of 16-17 have been arrested. Radicalisation is often connected with the search for an identity, and that search is beginning ever earlier."

(source: Radio Netherlands, 31 january 2007, www.radionetherlands.nl))

Burger welkom bij MIVD als ’geheim agent’

door Roy Klopper

De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) gaat komend voorjaar voor het eerst onder burgers werven om zeventig extra ’geheim agenten’ te kunnen aantrekken.

Met deze uitbreiding groeit het aantal medewerkers binnen de inlichtingendienst van de krijgsmacht in één klap met bijna tien procent ten opzichte van de huidige circa 750 personeelsleden. De komende jaren zal de dienst gestaag doorgroeien, zo bevestigt een zegsman van defensie.

Experts
De uitbreiding is onder meer noodzakelijk vanwege de groeiende internationale terreurdreiging, waar ook Nederlandse militairen en hun materieel aan bloot kunnen staan. Bovendien zijn er steeds meer experts nodig om gebieden te scannen waar vaderlandse troepen naar worden uitgezonden in het kader van crisisbeheersingsoperaties.

De externe werving voor de nieuwe MIVD’ers begint in april. Tot nu toe werd de dienst altijd gevuld met militairen. Nu zijn jonge academici zoals juristen, taalkundigen en historici uit de burgermaatschappij welkom.

Maar ook oudere sollicitanten met specialistische kennis kunnen een kansje wagen. Zo bestaat grote behoefte aan chemici, die worden ingezet om bij te houden welke landen in de wereld beschikken over nucleaire en chemische wapens.

Hordes
Sollicitanten worden onderworpen aan een uitgebreid veiligheidsonderzoek. Wie alle hordes overleeft, krijgt een opleiding van bijna een jaar tot ’militair 007’. Van de nieuwe medewerkers wordt geen militaire achtergrond gevraagd. „Wie bijvoorbeeld om licht medische redenen is afgekeurd voor de dienstplicht, is van harte welkom”, aldus een defensiezegsman.

Naast burgermedewerkers zoekt de MIVD militairen die voor een periode van drie tot vijf jaar bij de dienst willen dienen. Zij worden met reguliere troepen meegestuurd om in uitzendgebieden inlichtingenwerk te verrichten. Jaarlijks verrichten circa 75 speciaal getrainde manschappen dergelijke klussen. De werkdruk voor deze kleine groep specialisten is fors. De aanstelling van een groter aantal collega’s moet deze situatie verbeteren.

(bron: Telegraaf, 31 januari 2007, www.telegraaf.nl)

Bijwonen meetings is voor justitie bewijs van terrorisme

Van onze verslaggeefsters

. Zelfs het tot zich nemen van opruiend materiaal is volgens de aanklager ‘bewijs’.
. Raadsman noemt de plannen van het Openbaar Ministerie ‘van God los’.

Het Openbaar Ministerie vindt dat het bijwonen van ‘opruiende bijeenkomsten’ en het ‘tot zich nemen van opruiend materiaal’ bewijs vormt voor deelname aan een terroristische organisatie.

Dat bleek dinsdag tijdens de regiezitting in het hoger beroep tegen veroordeelde Hofstad-leden voor het gerechtshof in de ‘Bunker’ in Amsterdam-Osdorp.

Daarmee zet het OM een stap verder dan de rechtbank, die onder andere het verspreiden van radicale geschriften in het Hofstadvonnis kwalificeerde als een ‘deelnemingshandeling’ van een terroristische organisatie.

Advocaten vonden dit veel te ver gaan, maar het OM stelt dat de grens nog lager mag. Ook het lezen van opruiende geschriften of aanhoren van radicale preken zou een deelnemingshandeling kunnen zijn. Het Openbaar Ministerie is ‘van God los’, reageerde raadsman Nooitgedagt gisteren voor het hof op de plannen van justitie. ‘En er staat nogal wat op het spel.’ Funda - mentele rechten, zoals de vrijheid van godsdienst en informatievergaring, worden volgens hem nog verder aangetast.

Ook op andere punten stonden het OM en de raadslieden lijnrecht tegenover elkaar in de regiezitting waarin de partijen hun onderzoekswensen kenbaar maken.

De advocaten-generaal, de aanklagers in hoger beroep, verzetten zich tegen de meeste verzoeken van de raadslieden. ‘Mijn cliënt is tot dertien jaar veroordeeld’, zei Van der Horst, de raadsman van Ismail A. ‘Inhoudelijk en feitelijk kent deze zaak veel discutabele kanten, maar u hoeft geen getuigen meer te horen. U zegt: stempel nog maar een keer dertien jaar en het is goed.’

Net als de meeste advocaten, had Van der Horst een uitgebreide lijst met getuigen die hij wil ondervragen. Volgens hem is daartoe een ‘evidente noodzaak’ omdat het accent in hoger beroep anders ligt dan in eerste aanleg. Het OM wilde toen aantonen dat de Hofstad- groep het plegen van geweld als oogmerk had.

De rechtbank achtte dat niet bewezen. Wel was er volgens de rechters sprake van een terreurgroep die opruiing, aanzetten tot haat en bedreiging tot doel had. Het OM tekende in zeven zaken beroep aan omdat het de uitleg van een terroristische organisatie te beperkt vond.

Volgens aanklagers zijn de meeste getuigen al eens gehoord, en hoeft dat niet nog een keer. Toen was echter nog niet bekend dat de rechtbank de groep als een opruiende en haatzaaiende terreurorganisatie zou kwalificeren, aldus de raadslieden.

Het gerechtshof beslist op 15 februari over de verzoeken. Het staat nog niet vast wanneer het proces inhoudelijk begint.

(bron: Volkskrant, 31 januari 2007, www.volkskrant.nl)

Huisbakken terroristen zijn geen oorlog waard

Commentaar

Na de aanslagen van 11 september 2001 leek het gevaar voor Europa te komen van sinistere superschurken als Osama Bin Laden, zich schuilhoudend in de grotten van Tora Bora als een boef uit een James Bondfilm.

Het gisteren verschenen rapport Jihadi terrorists in Europe van het instituut Clingendael laat echter zien dat de doorsneeterrorist een huisbakken gezicht heeft. Het grootste gevaar komt niet meer van Al Qa’ida, maar van schijnbaar doodnormale Europese moslimjongens, die opgroeien in Amsterdam-West, Leeds of de Parijse voorsteden. De Europese jihadi’s zijn op het eerste gezicht allerminst formidabele tegenstanders. Veel terroristen kunnen eerder worden omschreven als kleine krabbelaars dan als geharde, professionele strijders.

Toch is de angst heel verklaarbaar. Ook deze krabbelaars kunnen veel leed veroorzaken, zoals gebleken is bij de moord op Theo van Gogh en de bomaanslagen in Londen.

Volgens de Eurobarometer, een groot Europees onderzoek, zijn Nederlanders ook banger voor terreur dan andere Europeanen. Anders dan Spanjaarden of Britten zijn Nederlanders gewend aan een samenleving waarin conflicten op vreedzame wijze worden uitgevochten. Zij vrezen een toekomst waarin toenemende polarisatie en politiek geweld een einde maken aan het gekoesterde beeld van Nederland als een eiland van rust en vrede.

Bovenal wordt de angst aangewakkerd door een gebrek aan consensus over de beste strijdwijze tegen de radicale islam. Die overeenstemming bestond wel bij een eerdere episode van terreur in de Nederlandse geschiedenis, de Molukse treinkapingen van de jaren zeventig. De kapers werden keihard aangepakt – bij de tweede kaping werden ze doodgeschoten door de commando’s die de trein bestormden – maar met de Molukse gemeenschap werd een dialoog gevoerd. Ook werd geprobeerd de sociale positie van de Molukkers in Nederland te verbeteren.

Over de aanpak van de radicale islam zijn Nederlanders het sterk oneens. Sommigen zijn voorstander van een harde confrontatie, anderen geloven eerder in deëscalatie.

Uiteraard kunnen de Molukse kapers niet zo maar met de hedendaagse jihadi’s worden vergeleken. Niettemin lijkt ook nu deëscalatie een verstandiger strategie. Door confrontatie en polarisatie dreigen ook gematigde moslims in de armen van de radicale islam gedreven te worden. Ook deëscalatie biedt echter geen garantie op succes, vooral omdat onder sommige jongeren een zorgwekkend proces van radicalisering op gang is gekomen. Bovendien kan met de jihadi’s niet worden onderhandeld, omdat zij geen duidelijke politieke doelen hebben. Zij zien geweld vooral als een hoogstpersoonlijke vorm van zelfexpressie. In die zin hebben zij trekjes van de individualistische westerse cultuur overgenomen.

Het Clingendael-onderzoek suggereert wel dat de samenleving het hoofd koel moet houden. Vooralsnog wordt de jihad gevoerd door kleine groepjes. Goed recherchewerk is een beter wapen tegen dit gevaar dan de ‘oorlog tegen het terrorisme’. De dreiging komt niet van vijandige naties die met militaire middelen bestreden kunnen worden, maar van kleine cellen uit ons eigen midden.

(commentaar De volkskrant, 31 januari 2007, www.volkskrant.nl)

Proces tegen ex–BVD’er opgeschort

De rechtbank in Den Haag heeft dinsdag het proces tegen ex–BVD’er P. H. en twee andere verdachten aangehouden. Justitie beschuldigt H. van het lekken van geheime onderzoeksresultaten van de dienst aan ’topcrimineel’ Mink K.. Die resultaten gingen ook over een onderzoek naar K. De andere twee verdachten zouden de geheimen hebben doorgespeeld aan De Telegraaf.

De rechters willen dat de rechter–commissaris het alternatieve scenario onderzoekt of journalist Bas van Hout eigenlijk niet voor het lekken van deze documenten verantwoordelijk is. Maandag meldde oud–aanklager Fred Teeven namelijk dat hij van een betrouwbare bron had gehoord dat Van Hout de geheime stukken had verspreid.

(bron: ANP/Reformatorisch Dagblad, 30 januari 2007)

Heerts wist dat er geen doofpot op Defensie was

Door Eric Vrijsen

PvdA-kamerlid Ton Heerts wist ruim voor de Volkskrantpublicatie over de ‘martelpraktijken’ in Irak dat er helemaal geen doofpot op Defensie bestond. Dat zegt generaal b.d. Cees Neisingh deze week in Elsevier. Neisingh vertelde in oktober aan PvdA-kandidaat Ton Heerts en aan Volkskrantjournalist Jan Hoedeman over een justitieel onderzoek naar de behandeling van Irakese gevangenen door Nederlandse militairen.

Verkiezingen
Neisingh zei Heerts erbij ‘dat Justitie de zaak had bekeken en dat de zaak uit de wereld was’. Desondanks publiceerde de Volkskrant op 17 november, vlak voor de verkiezingen, een verhaal over ´martelingen´ in Irak.

Ton Heerts tipte PvdA-leider Wouter Bos vooraf over dat verhaal. De PvdA bleef in de daarop volgende dagen campagne voeren met de beschuldiging van ´martelen´ en een ´doofpot op Defensie´.

Neisingh zegt in Elsevier dat hij daarop de Commandant der Strijdkrachten informeerde over zijn contacten met de Volkskrant en Heerts. ´Eerst dacht ik: het zal toch niet waar zijn. Vervolgens dacht ik: hier zit Heerts achter. De volgende avond zag ik op tv hoe de PvdA Defensieminister Henk Kamp aanviel op het punt van het Irak-verhaal.

'Unfair'
Dat vond ik zó unfair. Ik belde het ministerie en had ontmoetingen met de Commandant der Strijdkrachten, generaal Dick Berlijn, en met secretaris-generaal Ton Annink. Ik vertelde precies wat mij met Hoedeman en Heerts was overkomen.’

Neisingh zegt Heerts erop te hebben gewezen dat er op Defensie geen doofpot was: ‘Ik heb tegen Hoedeman en Heerts gezegd dat ze bij Justitie in Arnhem het spoor konden volgen en alles konden verifiëren. Heerts concludeerde: ‘Dan moeten we dus naar Weerkamp.’

Want hij kende de officier van Justitie die belast is met militaire zaken. Hoedeman kende dat soort namen niet. Mij viel tijdens het gesprek ook op dat Heerts en Hoedeman blikken van verstandhouding wisselden.’

Heerts ontkent de lezing van Neisingh. Wel geeft hij toe dat hij in oktober met de oud-bevelhebber der marechaussee heeft gesproken over ‘een aangifte’.

(bron: Elsevier, 30 januari 2007, www.elsevier.nl)

De Europese jihadist bestaat niet

Door Eric Hesen

Er zijn maar weinig gemeenschappelijke kenmerken te vinden bij jihadisten in Europa. Dat is de voornaamste conclusie van terrorismedeskundige Edwin Bakker van het onderzoeksinstituut voor internationale betrekkingen, Clingendael. Bakker bekeek voor zijn onderzoek 'Jihadi terrorists in Europe' de achtergronden en motieven van bijna 250 voor terrorisme veroordeelde of verdachte moslims in Europa.

Edwin_bakker_clingendael Hoewel de personen totaal kunnen verschillen, zijn er volgens Bakker wel overeenkomsten te ontdekken tussen de verschillende terroristische groeperingen in Europa. De moslimterroristen waaruit de groep bestaat, komen namelijk vrijwel allemaal voort uit het land zelf. Ze zijn volgens de onderzoeker 'home grown'. "Wat betreft hun achtergrond hebben ze nog wel allemaal een Noord-Afrikaanse of Pakistaanse afkomst", vertelt Edwin Bakker. "Maar het overgrote deel is in Europa geboren of getogen en woont hier al heel lang. Van de 244 terroristen die ik heb onderzocht, kwamen er maar acht van buiten Europa om aanslagen te plegen. De mensen die aanslagen plegen, hebben dat in Europa bedacht en willen dat hier ook uitvoeren."

Al-Qaeda
Contact tussen terroristische cellen in verschillende Europese landen is er volgens Bakker nauwelijks. Vlak na de aanslagen in New York op 11 september 2001 leken Europese groepen voornamelijk banden te hebben met of aangestuurd te worden door Al-Qaeda. Dat is volgens Bakker voorbij. Ook de Hofstadgroep in Nederland, met daarin onder meer Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, ontstond op eigen kracht. 'Zelfontbranders', noemde de Nederlandse inlichtingendienst AIVD dit type terroristen eerder.

Maar wie precies vatbaar is voor dit radicaliseringproces is moeilijk te voorspellen. "Er zijn moslimterroristen van 16 jaar en van eind 50, met een hoge en met een lage opleiding", zegt Bakker. "Er is niet één type terrorist. Het is dan ook heel moeilijk er iets tegen te doen. Je moet eigenlijk hele specifieke maatregelen nemen om die mensen in beeld te krijgen: infiltratie bijvoorbeeld."

Doel
Ook het uiteindelijke doel van terroristische acties is de laatste jaren veranderd. Vlak na 11 september leefde bij veel jihadisten nog het idee een terroristische staat in Europa te kunnen vestigen. Nu lijken de doelen meer persoonlijk bepaald te worden. "Bij recentere incidenten en netwerken is het de vraag of de doelen nog politiek zijn", zegt Bakker. "Het lijkt er meer op dat het een zoektocht is naar identiteit. Woede speelt hierin ook een belangrijke rol. Woede over wat de moslims in de wereld wordt aangedaan, woede over de positie en belediging van moslims in Europa. Woede is sowieso altijd een belangrijke kracht achter geweld. En dat lijkt voor deze groep helemaal op te gaan."

Hofstadgroep

Wat dat betreft past de Nederlandse Hofstadgroep precies tussen alle andere Europese terroristische netwerken. Ook bij deze groep leken geen duidelijk geformuleerde einddoelen aanwezig. De Hofstadgroep is, volgens het onderzoek van Bakker, wel in een ander opzicht trendsettend. De leden waren namelijk jonger dan bijvoorbeeld de terroristen die verantwoordelijk waren voor de aanslagen van 11 september in de Verenigde Staten, of de aanslagen in Madrid. En ook in buitenlandse cellen worden de terroristen volgens Bakker steeds jonger. "In Denemarken bijvoorbeeld, zijn jongeren van 16 tot 17 jaar opgepakt. Radicalisering hangt toch vaak samen met het zoeken naar een identiteit. Die zoektocht begint steeds vroeger."

(bron: Wereldomroep, 30 januari 2007, www.wereldomroep.nl)

Rechtbank niet wijzer van journalisten in zaak AIVD-verdachten

Journalisten van De Telegraaf weigerden hun bronnen te openbaren in een zaak waarbij volgens justitie staatsgeheimen waren doorgespeeld. Voor de rechtbank hielden zij gisteren vast aan hun verschoningsrecht

Door onze redacteur Jos Verlaan

Journalisten hebben verschoningsrecht, zo stelde voorzitter R. Elkerbout van de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Den Haag. Elkerbout ondervroeg daar gisteren twee journalisten van De Telegraaf naar aanleiding van publicaties in die krant over geheime dossiers van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, tegenwoordig de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Dossiers die via een voormalige AIVD-medewerker zouden zijn doorgespeeld aan Amsterdamse criminelen.

Het Openbaar Ministerie verdenkt de oud-medewerker van diefstal van die dossiers en twee vrienden van hem van het doorspelen ervan naar De Telegraaf. Het verhoor van de journalisten moest duidelijkheid geven over hun bronnen. In december werden ze door justitie hiervoor gegijzeld, maar de raadskamer hief die gijzeling na enkele dagen op vanwege onvoldoende grond om ‘inbreuk te maken op hun vers choningsrecht’.

Advocaten of medici hebben een volledig verschoningsrecht, betoogde Elkerbout gisteren. Maar voor journalisten is dat recht beperkt tot bronbescherming. Andere vragen moeten ‘naar waarheid’ beantwoord worden. Dat leverde vervolgens een ondervraging op waar de rechters niet veel wijzer van werden. „In mei vorig jaar stond in uw krant dat de voormalig AIVD-medewerker een bomaanslag op een makelaarskantoor in Den Haag heeft gepleegd. Hoe wist U dat?” wilde Elkerbout weten. „Daar wil ik niets over verklaren”, was het antwoord. „Hoe weet ik dan dat er niet gewoon een broodjeaapverhaal in de krant staat?”, vroeg Elkerbout zich af. Hij kreeg geen antwoord. Het nieuws dat die vertrouwelijke BVD-stukken in het criminele circuit terecht waren gekomen, stond niet in die documenten zelf, werd de journalisten voorgehouden. „Hoe wist U dat dan? Was dat goddelijke inspiratie of zo?”De vraag bleef onbeantwoord.

Een intern document met kritiek op het functioneren van de BVD werd door beide journalisten toegeschreven aan de ex-medewerker. Want zijn initialen stonden daarop vermeld. Maar onderzoek door de AIVD had volgens Elkerbout uitgewezen dat op dat bewuste document helemaal geen initialen geplaatst waren. De journalisten hielden vol dat dat wel zo was. Heeft u voorafgaand aan publicatie nog contact gehad met die oudmedewerker? wilde Elkerbout weten. „We hebben wel eens bij zijn voordeur gestaan”, herinnerde de ene journalist zich. „Nee, daar was geen aanleiding voor”, was het antwoord van de ander.

Op de vraag of een van de verdachten een beroep op de journalisten had gedaan om te verklaren dat hij de bron niet was, moesten de journalisten wel antwoord geven. Want dat viel volgens de rechtbank niet onder het verschoningsrecht. Tijdens de zitting gaven de journalisten aan dat de twee verdachten die gisteren terecht stonden op beschuldiging van het doorspelen van de dossiers naar De Telegraaf, herhaaldelijk gevraagd hadden wie de bronwas geweest. Waarop de advocaten van beide verdachten de conclusie trokken dat hun cliënten de bron niet konden zijn geweest. Want als je zelf de bron bent, ga je vervolgens niet bij journalisten hengelen om erachter te komen van wie de documenten afkomstig waren. Dat was de enige concrete informatie die de ondervraging had opgeleverd.

Ambtsbericht Teeven buiten rechtszaak gehouden

Het OM heeft in het onderzoek naar het lekken van staatsgeheime AIVD-rapporten naar de georganiseerde criminaliteit, vertrouwelijke informatie van toenmalig officier van justitie F. Teeven binnen 24 uur terzijde geschoven. Teeven kreeg vorig jaar februari van een, naar zijn zeggen betrouwbare bron, te horen dat ‘misdaadschrijver’ Bas van Hout de beschikking had over die rapporten en ze probeerde te slijten aan media, waaronder De Telegraaf.

Teeven schreef dat ambtsbericht op verzoek van de officier van justitie die belast was met het opsporingsonderzoek naar die gelekte AIVD-dossiers. Maar een dag later kreeg hij te horen dat zijn informatie niet in het onderzoek betrokken zou worden.

Justitie hield vast aan de verdenking van een voormalige AIVD-medewerker en twee handlangers. Teeven hield gisteren, als getuige opgeroepen, vast aan de betrouwbaarheid van zijn bron.

De advocaten van de verdachten die gisteren terecht stonden, hebben de rechtbank gevraagd om Teeven toch te dwingen, de naam van zijn bron prijs te geven. Als blijkt dat Van Hout de verspreider is van die BVD-rapporten, is dat ontlastend voor hun cliënten. Ook voorzitter R. Elkerbout van de rechtbank opperde die mogelijkheid.

Justitie hield vast aan de verdenking van een voormalige AIVD-medewerker en twee handlangers. Teeven hield gisteren, als getuige opgeroepen, vast aan de betrouwbaarheid van zijn bron.

De advocaten van de verdachten die gisteren terecht stonden, hebben de rechtbank gevraagd om Teeven toch te dwingen, de naam van zijn bron prijs te geven. Als blijkt dat Van Hout de verspreider is van die BVD-rapporten, is dat ontlastend voor hun cliënten. Ook voorzitter R. Elkerbout van de rechtbank opperde die mogelijkheid.

(bron: NRC/Handelsblad, 30 januari 2007, www.nrc.nl)

De Europese jihadist is een vrijgezelle man van 27,3 jaar

Europese radicale moslims worden niet aangestuurd door buitenlandse terreurorganisaties als Al-Qaeda van Osama bin Laden. Europese ‘jihadisten’ zijn vaak van Noord-Afrikaanse en Pakistaanse afkomst en raken bij hun zoektocht naar de eigen identiteit geradicaliseerd.

Dat concludeert Edwin Bakker van het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael in zijn onderzoek Jihadi terrorists in Europe. Bakker onderzocht 242 extreme moslims die in verschillende Europese landen zijn veroordeeld, geruime tijd vastzitten of hebben vastgezeten wegens betrokkenheid bij drie gelukte en 28 verijdelde aanslagen.

Het Nederlandse terroristisch netwerk Hofstadgroep, waarvan negen leden zijn veroordeeld, is een typisch Europese groep, aldus Bakker. Europese jihadisten radicaliseren in vriendenkring of familieverband.

Ook rekruteren ze zichzelf via internet, concludeert Bakker. 40 Procent van de onderzochte terroristen en terreurverdachten is geboren in Europa. Volgens Bakker zijn de aanslagen op 11 september 2001 nog om ideologische redenen gepleegd. „Die hype hebben Europese jihadisten opgepakt in het kader van hun zoektocht naar zichzelf.” Europese terroristen en terreurverdachten zijn er niet op uit om een islamitische staat te stichten, aldus Bakker. Hun radicalisme is volgens de onderzoeker een uiting van hun woede op het Westen. De gemiddelde Europese jihadist is een vrijgezelle man van 27,3 jaar.

De Hofstadleden hebben volgens Bakker wel een trend in gang gezet. Behoorden ze in 2004, toen ze werden opgepakt, tot de jongste jihadisten, nadien zijn nog jongere terreurverdachten gearresteerd. Dit gebeurde in Denemarken, Bosnië en bij de laatste verijdelde aanslagen op vliegtuigen in Groot-Brittannië.

(bron: NRC/Handelsblad, 30 januari 2007, www.nrc.nl)

Dutch man face terror trial in U.S.

By Jerry Seper
THE WASHINGTON TIMES

An Iraqi-born Dutch citizen pleaded not guilty yesterday in federal court in Washington to charges of conspiring with insurgents to attack U.S. military personnel in Iraq -- the first U.S. criminal prosecution arising from terrorist activities in Iraq.

Wesam al-Delaema, 33, extradited from the Netherlands on Saturday, had been sought by the U.S. government since 2003, when he and other members of the "Mujahideen from Fallujah" videotaped themselves planting explosives along an Iraqi road used by U.S. troops.

The videotape, which was widely shown on Arabic TV stations, was seized by Dutch police who raided Mr. al-Delaema's house in Amersfoort in May 2005 following a tip from U.S. authorities.

Mr. al-Delaema was returned to the United States after being held in the Netherlands for nearly two years, where he and his attorneys vigorously fought the U.S. extradition request.

"After a lengthy extradition process, this defendant will now face justice for his efforts in orchestrating and launching roadside bomb attacks against our men and women serving in Iraq," said Assistant Attorney General Kenneth L. Wainstein, who heads the Justice Department's national security division. "We in the ranks of federal prosecutors are honored to play a role in protecting our military colleagues against such deadly and cowardly attacks."

Mr. al-Delaema entered his not guilty plea before U.S. District Judge Paul Friedman during a 10-minute court hearing. Assistant U.S. Attorney Gregg Maisel told the judge investigators would seek hair samples and other DNA from Mr. al-Delaema, but did not elaborate.

Al_delaema_at_a_dutch_tv_comedy_show A grand jury indictment handed up in U.S. District Court in Washington in September 2005 named Mr. al-Delaema on six counts of conspiracy -- to kill U.S. citizens abroad, to use a weapon of mass destruction, to maliciously damage or destroy U.S. government property by means of an explosive, to possess a destructive device during a crime of violence, to use such a device, and to teach the making of an explosive with the intent to further a crime of violence.

The indictment said Mr. al-Delaema traveled from the Netherlands to Iraq in October 2003 after the U.S.-led invasion and, together with his co-conspirators, the Mujahideen from Fallujah, "declared his intentions to kill Americans in Iraq using explosives."

If convicted of all the charges, Mr. al-Delaema could be sentenced to life in prison.

Mr. al-Delaema has claimed he was forced to make the videotape after being kidnapped and beaten, and feared being beheaded if he resisted. Although in a 2003 interview broadcast on Dutch television, Mr. al-Delaema accused the U.S. government and its allies of waging war in Iraq to control its oil reserves, saying the "Americans and British are coming to our country to steal oil and everyone knows it."

Justice Department spokesman Dean Boyd said that Mr. al-Delaema, who was born in Fallujah, was arrested by Dutch law-enforcement authorities on May 2, 2005, and initially faced similar charges in that country. Following his arrest, Mr. Boyd said, Dutch law-enforcement and prosecution authorities worked with the FBI in its investigation of Mr. al-Delaema's reported terrorist activities.

In September 2005, the U.S. government filed a request with the Netherlands seeking Mr. al-Delaema's extradition. The request was granted by a Dutch court and the Dutch Ministry of Justice and, in December, the request was sustained on appeal in the Netherlands. He was flown to the United States on Saturday, arrested and taken into custody by the FBI.

As part of the extradition agreement, Mr. Boyd said Mr. al-Delaema will be tried in a federal court -- not by a military tribunal such as those set up for terror suspects being held at Guantanamo Bay, Cuba. He said the U.S. government also will not oppose Mr. al-Delaema serving his sentence in a Dutch prison if he is convicted.

"We will continue to be vigilant in our efforts to bring to justice anyone who plots terrorist attacks against our citizens at home or abroad," said U.S. Attorney Jeffrey A. Taylor in Washington. "We look forward to working cooperatively with the Dutch authorities in prosecuting this defendant under our criminal laws."

FBI Assistant Director Joseph Persichini Jr., who heads the bureau's Washington field office, said Mr. al-Delaema's extradition "sends a clear message of the FBI's unwavering dedication to our mission to detect, deter and bring to justice any individual who conspires to commit terrorist acts against any U.S. citizen either in this country or on foreign soil."

In addition to Mr. Maisel, prosecutors include Assistant U.S. Attorney Matthew Cohen of the U.S. Attorney's Office in Washington and trial attorneys Gregg Sofer, Jerome Teresinski and Marla Tusk of the Counterterrorism Section of the National Security Division at the Justice Department.

(source: Washington Times, 30 January 2007, www.washingtontimes.com)

Teeven kent mogelijk lek van AIVD-rapporten

In het onderzoek naar het lekken van staatsgeheime AIVD-rapporten heeft het openbaar ministerie binnen 24 uur een ambtsbericht terzijde gelegd van toenmalig officier van justitie, F. Teeven (nu Tweede-Kamerlid voor de VVD).

Die informatie werd door Teeven neergelegd in een ambtsbericht aan de officier van justitie die met het opsporingsonderzoek belast was. 

Dit zei Teeven gisteren als getuige tijdens een zitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Den Haag. De rapporten zouden gaan over mogelijke omkoping van de politie door de groep van topcrimineel Mink K..

De advocaten van de huidige drie verdachten hebben de rechtbank gevraagd om Teeven te dwingen de naam van zijn bron prijs te geven. Want als blijkt dat Van Hout de verspreider is van die AIVD-rapporten, is dat ontlastend voor hun cliënten. Eind vorig jaar werden al eens twee journalisten van De Telegraaf, die over die AIVD-documenten hadden gepubliceerd, gegijzeld om hen te dwingen hun bron prijs te geven – tevergeefs overigens.

Teeven had vorig jaar februari van een naar zijn zeggen betrouwbare (maar verder anonieme) bron, te horen gekregen dat ‘misdaadschrijver’ Bas van Hout de beschikking had over die AIVD-rapporten en ze probeerde te slijten aan media, waaronder De Telegraaf.

Die informatie werd door Teeven neergelegd in een ambtsbericht aan de officier van justitie die met het opsporingsonderzoek belast was. Maar een dag later werd dat bericht op last van het college van procureurs-generaal, als niet van belang voor het onderzoek bestempeld. Het openbaar ministerie hield vast aan aanwijzingen dat voormalig BVD-medewerker P.H. (of drie bekenden van hem) voor het lekken verantwoordelijk zouden zijn.

Teeven sprak gisteren zijn verbazing uit over het feit dat het openbaar ministerie geen enkel opsporingsonderzoek naar aanleiding van zijn ambtsbericht verricht had. Het ging volgens hem om een bron die hij kent ‘uit zijn persoonlijke en professionele kennissenkring’. De naam kon hij niet noemen wegens mogelijk gevaar dat deze bron dan zou lopen.

Het openbaar ministerie mag alleen onder nauw omschreven voorwaarden gebruik maken van anonieme bronnen. Teeven was niet bij deze zaak betrokken en de informatie van zijn bron is ook niet tot stand gekomen volgens de regels die gelden voor bijzondere of afgeschermde getuigen, zo bleek gisteren tijdens zijn getuigenverhoor.

(bron: NRC-Handelsblad, 30 januari 2007, www.nrc.nl)

Teeven hangt gijzeling boven het hoofd

VVD-Tweede Kamerlid en oud-officier van justitie Fred Teeven loopt het risico vandaag in verzekerde bewaring te worden gesteld.

Het gaat daarbij om een juridische gijzeling door het Openbaar Ministerie (OM), bedoeld om hem aan het praten te krijgen over de publicatie van vertrouwelijke stukken van de veiligheidsdienst AIVD in dagblad De Telegraaf.

De advocaten van de drie mannen die worden verdacht van het lekken van vertrouwelijke informatie van de BVD, willen opheldering over ingebrachte informatie van Teeven. Hij had van een betrouwbare bron gehoord dat journalist Bas van Hout voor dit lekken verantwoordelijk zou zijn.

De verdediging wil weten wie de oorspronkelijke bron van deze informatie is. Want als Van Hout werkelijk voor het lekken verantwoordelijk zou zijn, zou dat hun cliënten ontlasten, stellen de advocaten.

Gisteren begon bij de rechtbank in Den Haag het proces tegen oud-BVD'er P.H. en twee medeverdachten. Het Openbaar Ministerie heeft H. concreet aangeklaagd voor het meenemen van staatsgeheime BVD-documenten over onderzoekshandelingen van de inlichtingendienst naar een groep van ‘topcrimineel’ Mink K. Die zeer gevoelige documenten zou hij vervolgens ook aan K. hebben gegeven.

De andere twee verdachten moeten zich verantwoorden voor het stelen van deze staatsgeheime informatie. Ze zouden die vervolgens aan De Telegraaf hebben doorgegeven.

De hele affaire kwam aan het rollen na een publicatie eind januari vorig jaar in De Telegraaf. Hierin stond informatie uit het BVD-onderzoek naar K. De krant meldde onder meer op basis van de documenten van de inlichtingendienst dat de groep van K. miljoenen reserveerde voor het omkopen van politie- en justitiepersoneel.

Teeven getuigde gisteren dat hij de informatie over journalist Van Hout aan zaaksofficier van justitie Evert Harderwijk heeft overgedragen.

Een dag later kreeg hij te horen dat de top van het OM had besloten om niets met de informatie te doen.

Harderwijk legde uit dat alleen de informatie van een anonieme bron een huiszoeking bij Van Hout niet rechtvaardigde.

(bron: BN De Stem, 30 januari 2007, www.bndestem.nl)

Terreurcellen Europa zijn vergelijkbaar

Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg

De Hofstadgroep is geen typisch Nederlands fenomeen. De groep wijkt nauwelijks af van andere jihadistische netwerken in Europa. Die zijn ook van eigen bodem en worden niet internationaal aangestuurd. Dit concludeert terrorismedeskundige Edwin Bakker in zijn onderzoek Jihadi terrorists in Europe, naar specifieke kenmerken van terroristen en hun netwerken sinds 11 september.

De jongeren uit de Hofstadgroep – vandaag wordt een regiezitting tegen verscheidene leden in hoger beroep gehouden – zijn wel ‘ietsje jonger’ dan een gemiddeld terreurnetwerk, aldus Bakker, die is verbonden is aan het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael. De gemiddelde leeftijd van de Europese jihadisten die Bakker in beeld heeft gebracht is 27,5 jaar. ‘De Hofstadjongeren kunnen wellicht worden beschouwd als de voorlopers van een nieuwe trend. Sinds hun arrestatie duiken meer heel jonge jihadisten op.’

Bakker verwijst naar de bomaanslagen in Londen, waarbij een 18- en een 19-jarige zich hebben opgeblazen. Bij een netwerk dat in oktober 2005 is opgerold en vertakkingen had in Groot-Brittannië, Denemarken en Bosnië-Herzegovina, waren vier jonge Deense moslims tussen de 16 en 20 jaar betrokken. De (van oorsprong Libanese) bommenleggers in Duitse treinen, die in juli 2006 zijn opgepakt, waren studenten van begin 20.

Hoewel de jihadisten onderling verschillen, zijn er ook gemeenschappelijke kenmerken. De meesten zijn in Europa geboren of opgegroeid. Vaak zijn ze van Noord- Afrikaanse of (in Groot-Brittannië) Pakistaanse komaf.

De laatste jaren heeft Bakker geen verband meer met Al Qaida geconstateerd. ‘Terrorisme is dus een intern Europees probleem.’


Terreurcellen Europa zijn vergelijkbaar

Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg

Pas nu lijkt er meer aandacht te komen voor de mens achter de terrorist. Aanvankelijk waren het allemaal slechteriken. Een dreigend monolithisch blok. Terrorismedeskundige Edwin Bakker, verbonden aan Clingendael, vindt die ontwikkeling ‘logisch in de tijd’. ‘In Europa waren we na de aanslagen van 11 september 2001 enorm geschrokken. We waren bezig met het vijandsbeeld, de gedachte aan het Trojaanse paard dat in ons midden was. Met draconische maatregelen om die vijand te stoppen.’

Ruimte voor enige relativering was er die eerste jaren na 11 september niet, ervoer Bakker, die zijn lezingen illustreerde met ontnuchterende statistieken. Maar die beklijfden niet. Nederland leed collectief aan geheugenverlies. ‘Het leek alsof Nederland nooit met terrorisme te maken had gehad. Geheel weggevaagd uit het geheugen waren de beelden van de Molukse gijzelingen, dat bibberende beeld van die trein op afstand.’

Bakker is zijn onderzoek begonnen, omdat hij als terrorismedeskundige eigenlijk geen idee had van de achtergronden van Europese terroristen. Uit welk milieu komen ze? Zijn het echt allemaal immigranten? Hoeveel komen er uit het Midden-Oosten? Wat hebben ze met Al Qaida? Hebben ze een crimineel verleden? Valt er een profiel te maken van de gemiddelde Europese jihadist?

Dat laatste blijkt niet het geval. ‘De Europese jihadist bestaat niet’, zegt Bakker, die zich heeft beperkt tot open bronnen. Hij heeft alleen verdachten in zijn onderzoek verwerkt die door een rechter zijn veroordeeld of van wie het voorarrest na rechterlijke toetsing is verlengd. In sommige landen, Spanje bijvoorbeeld, zitten terreurverdachten jaren in voorarrest.

Bakker komt zo tot 242 jihadisten die betrokken waren bij 30 aan - slagen of verijdelde acties. Hij telt 28 netwerken. Onderling verschillen de jihadisten enorm. De een heeft een universitaire studie afgerond, de ander zit nog op school. Sommigen hebben een vaste baan, anderen zijn werkeloos. Toch zijn er ook opvallende gemeenschappelijke kenmerken. De meeste jihadisten zijn home grown.

Vlak na 11 september was nog wel sprake van een internationale link, van contactfiguren die banden hadden met Afghanistan of met Al Qaida. Zoals Richard Reid, die zichzelf tijdens een vlucht van Parijs naar Miami met een in een schoen verpakte bom probeerde op te blazen. Bakker: ‘Vanaf 2002 zijn er nauwelijks aanwijzingen dat er hulp was van buitenaf.’

Een opvallende overeenkomst noemt hij de intensievere geloofsbelevenis vlak voordat de jihadisten werden gerekruteerd. Ze volgden cursussen over de koran, begaven zich in heftige debatten over de islam op het internet, probeerden anderen te bekeren, of liepen van liberale naar orthodoxe of extremistische moskeeën over.

Bakkers bevindingen geven de autoriteiten weinig munitie in handen voor belangrijke beleidswijzigingen. ‘Je kunt moeilijk alle Noord-Afrikaanse immigranten met een toenemende belangstelling voor de islam gaan volgen.’ Veel meer gericht onderzoek is nodig, zegt Bakker. ‘Want hoe diep gaat dat geloof? Het lijkt oppervlakkig, sommigen radicaliseren razendsnel. Ze lijken ook snel bereid geweld te gebruiken. Maar hebben alle jeugdculturen geen fascinatie met geweld, met het idee dat het vijf voor twaalf is? In welk opzicht zijn zij anders?’

Hij vraagt zich ook af wat het einddoel is van de Europese jihadisten. ‘Ze volgen de Al Qaida-ideologie niet meer. Al Qaida wil Arabische regimes veranderen in een kalifaat (islamitisch rijk waar de sharia geldt, red.) en richt de pijlen op Amerika en andere westerse landen die de verderfelijke Arabische regimes steunen.’

Jonge Europese jihadisten hebben volgens Bakker geen politiek einddoel. Ze zijn niet alleen boos op Amerika, maar op het hele Westen. Ze zinnen op wraak, maar willen Nederland niet veranderen in een islamitische staat. Met dergelijke jongeren valt dus nergens over te onderhandelen. Bakker: ‘Wellicht moeten we voor hen een andere term gebruiken, zoiets als expressief terrorisme: ik ben boos en ik doe wat en ik doe het alleen voor mezelf.’

(bron: Volkskrant, 30 januari 2007, www.volkskrant.nl)

'Geheimen onder bed moeder'

door Fred Soeteman

Paul H. (50), oud-geheim agent van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), geeft toe dat hij een paar verkeerde beslissingen in zijn leven heeft genomen, bijvoorbeeld door zich te omringen met een stel fantasten.

Dat hij met geheime dossierstukken aan de haal is gegaan om ze aan een topcrimineel als wapenhandelaar en moordverdachte Mink K. over te dragen, spreekt hij met de grootste stelligheid tegen. Maar het zijn juist diezelfde fantasten, zoals hij zijn medeverdachten Bert van D. (56) en Bas van G. (37) noemt, die hebben verklaard dat hij de geheimen ’bij zijn moeder onder het bed’ had liggen.

Veel wijzer is de Haagse rechtbank gisteren van Paul H. op dit punt niet geworden, en al helemaal niet van De Telegraaf-verslaggevers Joost de Haas en Bart Mos, die als getuigen langdurig werden doorgezaagd om erachter te komen wie de bron is geweest van de BVD/AIVD-documenten waarop zij zich begin vorig jaar baseerden voor de publicatie van artikelen zoals ’AIVD-geheimen bij de drugsmaffia’.

Volgens officier van justitie mr. E. Harderwijk hebben de gisteren niet in de rechtszaal verschenen Van G. en Van D. de verslaggevers indertijd een pakket gekopieerde werkdossiers van de geheime dienst in handen gespeeld waarin gewag werd gemaakt van onderzoek naar Mink K. en zijn criminele omgeving, en naar corruptie binnen de politie en het justitieapparaat – onderzoeken waaraan ex- agent Paul H. oftewel ’operateur’ OPE2HE tussen 1996 en 2000 heeft gewerkt.

Spervuur
Gesteund door hun advocaat mr. Victor Koppe slaagden de journalisten Mos en De Haas er in de rechtszaal echter in om een lang volgehouden spervuur van vragen vanachter de rechterstafel te weerstaan, met een consequent beroep op hun journalistieke verschoningsrecht om koste wat kost hun bronnen te kunnen blijven beschermen. Ditmaal is de gerechtelijke gijzeling hun bespaard gebleven die hen begin december jl. nog in de cel deed belanden toen een Haagse rechter-commissaris volhield dat zij in het belang van de nationale veiligheid wel hadden moeten spreken.

Rechtbankpresident mr. R. Elkerbout zei aan het begin van hun getuigenverhoren dat hun verschoningsrecht zou worden gerespecteerd. Het proces wordt vanmiddag hervat.

(bron: Telegraaf, 30 januari 2007, www.telegraaf.nl)

Wesam al D. ontkent schuld voor rechter in VS

De van oorsprong Iraakse Nederlander Wesam al D. heeft voor een rechtbank in Washington gezegd niet schuldig te zijn aan terrorisme. De 33-jarige Al D. is zaterdag door Nederland uitgeleverd aan de Verenigde Staten. Volgens de Amerikaanse autoriteiten is het proces tegen Al D. het eerste tegen een 'opstandeling die Amerikanen in Irak heeft aangevallen'.

De Verenigde Staten hebben volgens minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin (CDA) garanties gegeven voor een eerlijk proces. Zo wordt de verdachte voor de federale rechtbank alleen berecht voor de zaak waarvoor hij is uitgeleverd. Mocht Al D. een straf krijgen opgelegd, dan mag hij die in Nederland uitzitten. Hirsch Ballin gaat er vanwege het vertrouwensbeginsel met de VS ook vanuit dat Al D. niet wordt gemarteld.

Al D., een geboren Irakees, werd in mei vorig jaar in Amersfoort gearresteerd omdat hij in het bezit was van video-opnamen van het voorbereiden van een aanslag in Irak. Hij beweert dat hij door opstandelingen in Fallujah werd gedwongen de opnamen te maken. Het Nederlandse Openbaar Ministerie had zelf ook vervolging ingesteld tegen Al D. Toen de VS om uitlevering vroeg, werd dat onderzoek gestaakt.

Eind november 2005 werd de oudere broer van Al D. gedood bij een bomaanslag op zijn kapperszaak in Irak. Een jongere broer raakte gewond. Volgens Al D. was deze aanslag bedoeld om hem onder druk te zetten om te zwijgen over de aanslag in Fallujah.

(Bron: Novum/Trouw, 29 januari 2007)

Verdediging lekzaak wil opheldering informatie Teeven

De advocaten van de drie mannen die worden verdacht van het lekken van vertrouwelijke informatie van de BVD, willen opheldering over ingebrachte informatie van voormalig officier van justitie Fred Teeven. Teeven, nu Tweede Kamerlid, had van een betrouwbare bron gehoord dat journalist Bas van Hout voor dit lekken verantwoordelijk zou zijn.

De verdediging wil weten wie de oorspronkelijke bron van deze informatie is. Want als Van Hout werkelijk voor het lekken verantwoordelijk zou zijn, zou dat hun cliënten ontlasten, stellen de advocaten.

Maandag begon bij de rechtbank in Den Haag het proces tegen oud-BVD'er P.H. en twee medeverdachten. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft H. concreet aangeklaagd voor het meenemen van staatsgeheime BVD-documenten over onderzoekshandelingen van de inlichtingendienst naar een groep van 'topcrimineel' Mink K. . Die zeer gevoelige documenten zou hij vervolgens ook aan K. hebben gegeven.

De andere twee verdachten moeten zich verantwoorden voor het stelen van deze staatsgeheime informatie. Ze zouden die vervolgens aan dagblad De Telegraaf hebben doorgegeven.

De hele affaire kwam aan het rollen na een publicatie eind januari vorig jaar in De Telegraaf. Hierin stond informatie uit het BVD-onderzoek naar K. De krant meldde onder meer op basis van de documenten van de inlichtingendienst dat de groep van K. miljoenen reserveerde voor het omkopen van politie- en justitiepersoneel.

Met het geld kocht K. onder meer politiedossiers. Ook zouden liquidaties zijn uitgevoerd met door de politie in beslag genomen wapens, die voor de gelegenheid werden 'uitgeleend'. Er is later echter nooit hard bewijs voor deze mogelijke corruptie boven tafel gekomen.

Teeven getuigde maandag dat hij de informatie over journalist Van Hout aan zaaksofficier van justitie Evert Harderwijk heeft overgedragen. Een dag later kreeg hij te horen dat de top van het OM had besloten om niets met de informatie te doen.

Harderwijk legde uit dat alleen de informatie van een anonieme bron een huiszoeking bij Van Hout niet rechtvaardigde. Maar er is wel onderzoek gedaan naar een eventuele betrokkenheid van de journalist, benadrukte de aanklager. Daaruit bleek dat die zeer onwaarschijnlijk was.

Zo is Van Hout ondervraagd en die ontkende het verhaal nadrukkelijk. Telegraaf-journalist Bart Mos die over de gelekte BVD-informatie publiceerde, verklaarde maandag dat hij Bas van Hout niet kent. Mos zei ook dat hij de informatie wel persoonlijk van iemand heeft gekregen. Dit lijkt volgens justitie Van Hout uit te sluiten. Ook uit telefoongegevens is volgens Harderwijk niets gebleken van contact tussen Van Hout en Mos.

De rechtbank gaat dinsdag bekijken wat er gaat gebeuren met het verzoek van de advocaten om de bron van Teeven aan de tand te voelen.

H. bleef maandag bij zijn ontkenning dat hij BVD-informatie aan Mink K. heeft gelekt. Volgens hem is hij er ingeluisd door de twee medeverdachten. Die hebben hem naar zijn zeggen het lekken in de schoenen geschoven, uit rancune vanwege een zakelijk geschil.

De rechtszaak wordt dinsdagmiddag voortgezet.

(bron: Telegraaf, 29 januari 2007, www.telegraaf.nl)

Dutch man pleads not guilty in U.S. on Iraq attacks

An Iraqi-born Dutch citizen pleaded not guilty on Monday to charges of plotting attacks on Americans in Iraq, the first U.S. criminal prosecution arising from such suspected activity in Iraq, U.S. officials said.

They said the defendant, Wesam al Delaema, made his initial appearance in a U.S. court following his extradition over the weekend from the Netherlands.

Al Delaema, 33, was charged in a six-count indictment in 2005 with participating in a conspiracy to attack Americans in Iraq. Born in Fallujah, Iraq, he was arrested in the Netherlands in 2005.

According to the indictment, he traveled from the Netherlands to Iraq in October 2003 with a group calling themselves the "Fighters of Fallujah" planning to attack Americans with explosives.

The indictment accused al Delaema and his co-conspirators of hiding explosives in a road in the Fallujah area.

Al Delaema, who initially faced similar charges in the Netherlands, lost a final appeal against his extradition in December.

Over the weekend, he was flown to the United States, arrested, and taken into custody by the FBI, the officials said. He is being held in the District of Columbia jail.

If convicted, he faces a maximum sentence of life in prison.

(source: Reuters, 29 January 2007, today.reuters.com)

al-Dealema: terror suspect pleads not guilty

 By Lara Jakes Jordan
Associated Press Writer    (Associated Press/ www.newsone.ca, 29 January 2007)

WASHINGTON - An Iraqi-born Dutch citizen pleaded not guilty Monday in what the Justice Department called the first U.S. terror charges against insurgents targeting Americans in Iraq .

He was extradited from the Netherlands over the weekend after being held there for nearly two years, and will become the first suspect tried in a U.S. court for alleged terrorism in Iraq‘s bloody insurgency.

Al-Delaema has claimed he is innocent, and his lawyers have argued the U.S. does not have the right to try him. He nodded his head and spoke in broken English with his attorneys during a 10-minute hearing in front of U.S. District Judge Paul Friedman in Washington. Prosecutor Gregg Maisel said the government would be seeking hair samples and other DNA from al-Delaema, but did not say why.

Al-Delaema‘s attorney, Victor Koppe, had argued that he feared al-Delaema could be tortured by U.S. authorities and said the U.S. legal system couldn‘t be trusted.

In extradition hearings in the Netherlands, al-Delaema argued that he was forced to make the video after being kidnapped and beaten. He said he feared being beheaded if he resisted.

"The Americans and British are coming to our country to steal oil and everyone knows it," he said.

His family said the interview was intended as a joke.

(Associated Press/www.newsone.ca, 29 January 2007)

Telegraaf-journalisten blijven bron verdedigen

De Telegraaf-journalisten Bart Mos en Joost de Haas weigeren nog steeds de bron prijs te geven van hun artikel over het lekken van staatsgeheimen. De journalisten worden maandag in Den Haag gehoord in de zaak tegen voormalig BVD-agent Paul H. Deze wordt ervan verdacht dat hij informatie over een onderzoek van de toenmalige Binnenlandse Veiligheidsdienst heeft gelekt aan vermeend topcrimineel Mink K.

Mos verklaarde dat twee medeverdachten van H. hebben gevraagd of Mos zijn bron bekend wilde maken, in de hoop dat zij daarmee worden vrijgepleit. Mos ging daar niet op in. De 56-jarige Bert van D. uit Katwijk en de 37-jarige Bastiaan van G. uit Voorhout worden ervan verdacht staatsgeheimen die in handen waren van H. te hebben gestolen.

Maandagmiddag wordt oud-officier van justitie en Tweede Kamerlid namens de VVD Fred Teeven gehoord in verband met de zaak, die ook de komende dagen nog wordt behandeld.

De Telegraaf meldde begin vorig jaar dat staatsgeheime dossiers over Mink K. in handen waren gevallen van criminelen en bij de krant bekend waren. Paul H. werd daarna opgepakt. De twee journalisten van De Telegraaf werden in november enkele dagen gegijzeld, maar gaven hun bron niet prijs. De rechter overweegt nu het Telegraaf-artikel als bron te gebruiken in de rechtszaak.

Begin vorige maand zei de advocaat van H. dat de AIVD, de opvolger van de BVD, een geheim agent heeft ontslagen die nauw betrokken was hij het onderzoek naar K. Dat ontkracht volgens raadsman Bas Martens de verdenking dat zijn cliënt de informatie lekte. Bovendien stelt hij dat H. vooral buiten de muren van de BVD werkte en de ontslagen agent erbinnen. 'Mijn cliënt had vermoedelijk niet de beschikking over de gelekte stukken.'

(bron: Novum/Elsevier, 29 januari 2007, www.elsevier.nl)

Ronselaar jihad uit Irak gepakt

door Joost de Haas

De Nationale Recherche heeft in een onderzoek naar rekrutering voor de jihad een 23-jarige man uit Irak gearresteerd. De Irakees wordt ervan verdacht drie radicale moslims te hebben geronseld voor de gewapende strijd in Irak of Afghanistan.

De rekruten volgden naar verluidt trainingen in recreatiegebied Spaarnwoude, ten westen van Amsterdam. Ook zou geld voor de jihad zijn ingezameld op de Zwarte Markt in Beverwijk.

De Irakees zit vast in de speciale terroristenafdeling van de gevangenis in Vught. Hij was lange tijd spoorloos, maar kon begin januari worden aangehouden in Den Haag. Dat bevestigt een woordvoerder van het landelijk parket van het openbaar ministerie.

De man wordt beschouwd als medeverdachte van de Haagse koranleraar Murat Ö., alias Ibrahim de Turk, die eind vorig jaar met vijf anderen werd opgepakt.

De Irakees beschikte over een verblijfsvergunning als vluchteling. Het is nog niet duidelijk of hij speciaal naar ons land was gekomen om jihadisten te ronselen.

Volgens justitie werden rekruten geworven met haatdragende en opruiende teksten en films. Ook zouden bijeenkomsten hebben plaatsgevonden in moskeeën in Amsterdam.

(bron: Telegraaf, 29 januari 2007, www.telegraaf.nl)

Geflipte AIVD'er vandaag voor rechter

Door Peter Groenendijk

Een geflipte geheim agent, liefdesbrieven aan een topcrimineel en gegijzelde journalisten: de zaak rond ex- AIVD’er Paul H. heeft kenmerken van een spionageroman. Vandaag begint de rechtszaak tegen H. en twee medeverdachten.

H. werkte jarenlang voor de AIVD, die toen nog de BVD heette. Hij werkte aan onderzoek naar enkele kopstukken in de Nederlandse onderwereld. Maar het ging mis met H. Hij raakte in conflict met zijn werkgever, vertrok in 2001 en raakte aan lager wal.

Een jaar geleden werd H. opgepakt. De aanleiding was een artikel in De Telegraaf van Bart Mos en Joost de Haas. Daarin stond informatie uit staatsgeheime onderzoeken naar Mink K. Volgens het artikel was deze geheime informatie niet alleen bij de journalisten terechtgekomen, maar ook bij topcrimineel K. zelf.

Het Openbaar Ministerie én de AIVD namen de zaak zeer hoog op. Geheimhouding en betrouwbaarheid zijn heilig binnen de veiligheidsdienst. Koste wat kost moest duidelijk worden hoe staatsgeheime stukken op straat belandden, en of ze inderdaad ook bij criminelen waren terechtgekomen.

Volgens het OM heeft H. de staatsgeheimen na zijn vertrek bij de AIVD illegaal in bezit gehouden, en jaren later laten lekken.

Volgens het OM hebben nog twee verdachten daarin een rol gespeeld: kennissen van H., die naar verluidt nog een appeltje met hem hadden te schillen.

Vooralsnog is de zaak Paul H. er één vol vraagtekens. Wie lekte de staatsgeheimen naar De Telegraaf? Met welke motieven? En zijn de stukken ook echt bij topcriminelen terechtgekomen, zoals in de krant werd beweerd?

(bron: AD, 29 januari 2007, www.ad.nl)

First Dutch terrorism suspect extradited to US since 9/11

The Hague - A Dutch-Iraqi man facing terrorism charges has been flown to the United States and handed over to the authorities there in the first such extradition since the 9/11 attacks in 2001, the Dutch Justice Ministry said Sunday.

Wesam al-Delaema faces charges relating to preparing a roadside bomb during 2003 to be used against US forces in Fallujah, a centre of opposition to the US forces in Iraq.

Dutch public radio reported no US commercial airline had been prepared to carry al-Delaema, 33, and that a Dutch military aircraft had taken him to an undisclosed location in the US.

Al-Delaema's extradition went ahead following a ruling by a court in The Hague last month, when the judge rejected argument from lawyers for the Iraqi-born man that he would face torture and an unfair trial in the US.

Justice Minister Ernst Hirsch Ballin backed the extradition.

Arrested in the Netherlands in May 2005, al-Delaema is reported to have made a video of a group of Iraqi militants preparing a roadside bomb for use against a US convoy in Fallujah.

During court proceedings in the Netherlands, al-Delaema said: 'I was powerless to resist. I was forced, otherwise I would have been beheaded.'

(source: Dpa/www.monstersandcritics.com, 28 January 2007)

U.S. to try Dutch citizen on Iraq terror charges

Story Highlights

• Dutch citizen, born in Iraq, to face criminal charges in U.S. court
• Wesam al-Delaema is accused of conspiring to kill U.S. citizens in Iraq
• Al-Delaema was extradited from the Netherlands, where he was arrested in 2005
• If convicted in U.S. he'll be returned to Netherlands, which has no death penalty

WASHINGTON (CNN) -- The United States on Sunday was detaining an Iraqi-born Dutch citizen, extradited by the Netherlands' government, for allegedly conspiring to kill U.S. citizens in Iraq, the Dutch Justice Ministry said.

Iraqi native Wesam al-Delaema, 33, arrived on a Dutch plane Saturday and is the first suspect to face criminal charges in a U.S. court for alleged terrorist involvement in the violent Iraqi insurgency, Justice Ministry spokesman Ivo Hommes said.

The U.S. government charged him with possession of explosives and conspiracy to kill U.S. citizens in an attack. The Justice Ministry said intelligence revealed that al-Delaema traveled to Iraq and met up with "Mujahedeen from Falluja" in 2003 and conspired with the group to conduct terrorist activities.

He was arrested by Dutch officials in May 2005 on terrorism-related charges. The Justice Department said the Netherlands placed al-Delaema in extradition custody in response to a preliminary U.S. request.

Before releasing him into U.S. custody, Hommes said Dutch officials negotiated certain terms with U.S. officials.

Both sides agreed that al-Delaema would not be tried for charges outside the current six-count indictment, and that he would be tried in a federal court, not by a military commission, where he might have fewer civil rights.

In the past, Guantanamo Bay terror suspects have been subject to trial by military commission.

If convicted, al-Delaema would be returned to the Netherlands for incarceration in a Dutch prison. The Dutch do not have the death penalty, so the maximum sentence he could receive is life in prison.

If convicted in the United States, al-Delaema would not be re-tried for the same charges in a Dutch courtroom, under the agreement between the U.S. and the Netherlands.

The Dutch government did not make specific requests as to where al-Delaema would be held during his trial, Hommes added.

(source: CNN, 28 January 2007, cnn.com)

'Jammer'

“De Volkskrant beschermt zijn bronnen. Daarover doen we geen mededelingen.” Aldus hoofdredacteur Pieter Broertjes. Dat klinkt goed, maar is niet waar het voor wat zijn krant betreft in essentie om gaat in de kwestie van de “martel”-publicatie vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen. Waar het wèl om gaat is dat in het bewuste artikel niet werd vermeld dat door de Marechaussee een onderzoek was ingesteld en dat het Openbaar Ministerie had besloten er geen strafrechtelijk vervolg aan te geven. Waarom bleef deze cruciale informatie onvermeld? Was de Volkskrant onvolledig geïnformeerd, en zo ja met welke bedoeling? Waarom gaf de krant Defensie niet de kans die informatie aan te vullen? Deze vragen zijn van groot belang, omdat de goede naam van de krijgsmacht en het ongestoorde verloop van het verkiezingsproces in het geding zijn.

“We hebben Defensie wel degelijk de kans gegeven”, zegt Broertjes. De werkelijkheid is dat de avond vóór de publicatie -de Defensiekantoren waren dicht en de medewerkers naar huis- een voorlichtingsmedewerker gebeld werd door de Volkskrant. Toen men op het ministerie de volgende ochtend in de dossiers uit kon gaan zoeken wat er drie jaar eerder precies was gebeurd, lag de krant al in de kiosken en ging het “nieuws” al de wereld over.

Uit het gedraai van de Volkskrant is inmiddels pijnlijk duidelijk geworden dat men niet bereid is kritisch na te gaan wat zich voorafgaand aan de publicatie precies heeft afgespeeld. Een krant mag iedereen de maat nemen en opening van zaken eisen over van alles en nog wat. Maar de hoofdredacteur van een krant mag zijn medewerkers ook wel eens in de spiegel laten kijken. Door dit nu niet te doen, wordt de geloofwaardigheid van de Volkskrant geschaad en dat is bijzonder jammer.

Voor de waarheidsvinding moeten we het in dit geval niet van de Volkskrant hebben.

(bron: weblog minister Henk Kamp, 28 januari 2007, www.defensie.nl)

Terreurverdachte toch uitgeleverd aan Amerika

Door Jan Kooistra

De Nederlandse Irakees Wesam al D. is per militair vliegtuig naar de Verenigde Staten gebracht. Hij zal daar voor de rechter moeten verschijnen, hij wordt verdacht van het voorbereiden van een aanslag op Amerikanen in Irak.

De Irakees vertrok naar eigen zeggen in 2003 naar Irak voor zijn bruiloft. Hij wilde in zijn geboorteplaats Fallujah trouwen.

Video
Voorjaar 2005 werd hij in Nederland opgepakt. Hij had een video waarop was te zien hoe Iraakse terroristen bommen ingraven aan de kant van de weg met de bedoeling passerende Amerikaanse militairen te doden.

Daarna begon een juridisch steekspel: justitie zag van vervolging af nadat de Amerikanen een uitleveringsverzoek indienden. Wesam al D. stapte daarop naar de rechter om een rechtszaak in Amerika te voorkomen. De kans is groot, zo voert zijn advocaat Victor Koppe aan, dat de terreurverdachte in Amerika wordt gemarteld en dat hij daar geen eerlijk proces krijgt.

Wesam al D. ontkent. Hij zegt dat hij de video onder dwang heeft gemaakt. Hij zou zijn ontvoerd door terroristen die eisten dat hij hun werk opnam: 'Ik ben gedwongen, anders zou ik worden onthoofd,' verklaarde hij eerder. Maar voor zijn vertrek naar Irak sloeg hij in een interview anti-Amerikaanse taal uit. Uit protest tegen de Brits-Amerikaanse bezetting van zijn geboorteland had hij zich tijdens een demonstratie in Amsterdam in brand gestoken.

Verschillende rechters en de Hoge Raad oordeelden tegen de verdachte, zij zien geen reden om de uitlevering tegen te houden. Zaterdag is de verdachte uiteindelijk toch in een militair vliegtuig gezet naar Amerika.

(Elsevier, 28 januari 2007, www.elsevier.nl)

Dutch extradite man linked to attacks

Toby Sterling
Associated Press

AMSTERDAM, Netherlands - The Netherlands' government has extradited a naturalized Dutch citizen charged with involvement in terror attacks on U.S. troops in Iraq, the Justice Ministry said Saturday.

Iraqi-born Wesam al Delaema, 32, was on a plane headed for an undisclosed location in the U.S., said Justice Ministry spokesman Ivo Hommes. In December, Dutch courts ruled that al Delaema could be extradited for his alleged role in attacks on U.S. forces in 2003.

Al Delaema will become the first suspect tried in a U.S. court for alleged terrorism in Iraq's bloody insurgency. He is charged in the U.S. with possession of explosives and conspiracy to use them in an attack. If convicted, he faces a maximum sentence of life in prison.

Al Delaema claims he is innocent and his lawyers have argued that the U.S. does not have the right to try him.

Evidence against him includes a videotape he filmed of a group called "Warriors of Fallujah" preparing a roadside bomb, which was widely shown on Arabic TV stations. The tape was seized by police who raided al Delaema's house in the Dutch city of Amersfoort in May 2005 following a tip from U.S. authorities.

Al Delaema's attorney, Victor Koppe, had argued he feared al Delaema could be tortured by U.S. authorities and said the U.S. legal system couldn't be trusted.

U.S. authorities have given assurances that al Delaema will be tried in a federal court, not by a military commission such as those set up for terror suspects being held at Guantanamo Bay, Cuba. They also said they would not oppose al Delaema serving his sentence in a Dutch prison if he is convicted.

"There is no reason to believe that the U.S. authorities will not abide by the commitments they have given or ... deprive the suspect of his fundamental rights," a judge at the Appeals Court in The Hague wrote in a Dec. 19 ruling, rejecting al Delaema's final appeal.

Al Delaema traveled to Iraq after the U.S.-led invasion.

In extradition hearings, he argued that he was forced to make the video after being kidnapped and beaten. He said he feared being beheaded if he resisted.

In a 2003 interview broadcast on Dutch television, al Delaema accused the U.S. and its allies of waging war in Iraq to control its oil reserves.

"The Americans and British are coming to our country to steal oil and everyone knows it," he said.

"I don't care if I myself die or not. I want to offer myself up for my land, for my people. I'm not more or less important than the women and children who you see on television dying because of America."

His family said the interview was intended as a joke.

(source: Associated Press/www.sanluisobispo.com, 27 januari 2007)

Dutch citizen extradited to US for Iraq crimes

James M Yoch Jr

The Netherlands Justice Ministry has extradited Dutch citizen Wasem al Delaema to the US for his role in attempted killings of US soldiers in Iraq during October 2003, according to the Ministry on Saturday. The extradition follows a ruling by the Appeals Court in The Hague that al Delaema could be extradited for the terror attacks, saying the Court expected the US to observe the prisoner's rights. The US Dept. of Justice (DOJ) asserts that al Delaema will face trial in federal district court rather than a military commission and that he potentially may serve any sentence in the Netherlands, which could be a maximum of life imprisonment. Al Delaema's trial will be the first for a person accused of terrorist activities in Iraq during the war in that country.

Dutch authorities captured al Delaema in the Netherlands in May 2005. The DOJ charged al Delaema in July 2005 after he was seen on a videotape obtained by Dutch prosecutors showing the insurgency group Fighters of Fallujah how to set landmines near US military routes; however, al Delaema claims he was forced to appear on the videotape after being beaten. Al Delaema was indicted [DOJ press release] in September 2005 on four conspiracy charges in addition to several charges related to possession and training in the use of explosives.

(Jurist, 27 januari 2007, jurist.law.pitt.edu)

Man suspected of Iraq attacks sent to US

An Iraqi-born Dutch citizen suspected of plotting attacks on Americans in Iraq has been extradited to the United States, the Dutch government said on Saturday.

A justice ministry spokesman said Wesam al Delaema was on the way to the United States in a military plane.

Dutch news agency ANP quoted al Delaema's lawyers as saying they feared that their client could be tortured and would not get a fair trial in the United States. Al Delaema lost a final appeal against his extradition in December.

Al Delaema was charged in 2005 with participating in a conspiracy to attack Americans in Iraq, in the first such charges connected to such alleged activities in Iraq. Born in Fallujah, Iraq, he was arrested in the Netherlands in 2005.

He was said to have travelled from the Netherlands to Iraq with a group calling themselves the "Fighters of Fallujah" planning to attack Americans with explosives.

(bron: Sydney Morning Herald, 28 januari 2007, www.smh.au.com)

Terreurverdachte Wesam al D. uitgeleverd aan VS

De Nederlandse terreurverdachte Wesam al D. is zaterdag uitgeleverd aan de Verenigde Staten. Een woordvoerder van het ministerie van Justitie laat weten dat Al D. met een vliegtuig van Defensie onderweg is. Luchtvaartmaatschappijen bleken 'geen behoefte' te hebben de terreurverdachte te vervoeren.

De rechtbank in Den Haag bepaalde in december al dat de uitlevering mocht plaatsvinden. In oktober gaf minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin (CDA) toestemming voor de uitlevering, maar Al D. vocht dit aan. De afgelopen maand heeft het Openbaar Ministerie (OM) overlegd met de Amerikaanse autoriteiten over de uitlevering.

Volgens Hirsch Ballin hebben de Verenigde Staten garanties gegeven voor een eerlijk proces. Zo wordt hij voor de federale rechtbank alleen berecht voor de zaak waarvoor hij is uitgeleverd. Mocht Al D. een straf krijgen opgelegd, dan mag hij die in Nederland uitzitten. Hirsch Ballin gaat er vanwege het vertrouwensbeginsel met de VS ook vanuit dat Al D. niet wordt gemarteld.

Al D., een geboren Irakees, werd in mei vorig jaar in Amersfoort gearresteerd omdat hij in het bezit was van video-opnamen van het voorbereiden van een aanslag in Irak. De 32- jarige verdachte beweert dat hij door opstandelingen in Fallujah werd gedwongen de opnamen te maken. Het OM had zelf ook vervolging ingesteld tegen Al D. Toen de Verenigde Staten om uitlevering vroegen, werd dat onderzoek gestaakt.

Eind november 2005 werd de oudere broer van Al D. gedood bij een bomaanslag op zijn kapperszaak in Irak. Een jongere broer raakte gewond. Volgens Al D. was deze aanslag bedoeld om hem onder druk te zetten om te zwijgen over de aanslag in Fallujah.

(bron: Novum/Trouw, 27 januari 2007, www.trouw.nl)

Terrorismeverdachte Wesam al-D. op weg naar VS

De Nederlandse terrorismeverdachte Wesam al-D. is met een militair vliegtuig onderweg naar de Verenigde Staten, het land waaraan hij wordt uitgeleverd. Dat zegt een woordvoerder van het ministerie van Justitie zaterdag.


De Nederlandse Irakees is na de aanslagen in de VS op 11 september 2001 de eerste verdachte van terrorisme die in de VS zelf wordt berecht. Zijn advocaten vrezen dat al-D. in Amerika een groot risico loopt om te worden gemarteld. Ook verwachten ze dat hun cliënt daar nooit een eerlijk proces krijgt.

Hirsch Ballin besloot halverwege oktober dat al-D. aan de Amerikanen mag worden overgedragen. De minister vindt het voldoende dat de VS garanties hebben gegeven dat ze de rechten van al-D. zullen respecteren. De rechtbank in Den Haag stelde in navolging daarvan dat er geen redenen zijn om te vrezen voor een onmenselijke behandeling van de Nederlandse Irakees.

De Amerikanen verdenken al-D. van samenzwering tot het plegen van een aanslag op Amerikaanse militairen in Irak in 2003. De Nederlander was destijds voor zijn bruiloft naar zijn geboorteplaats Fallujah gereisd. Eenmaal daar is hij naar eigen zeggen door Iraakse strijders ontvoerd en gedwongen om filmopnamen te maken van explosieven die werden ingegraven op een openbare weg.

De explosieven zouden tot ontploffing worden gebracht, als Amerikaanse soldaten de weg zouden passeren. ,,Ik stond machteloos'', verklaarde al-D. eerder. ,,Ik ben gedwongen, anders zou ik worden onthoofd.'

(bron: ANP/de Stentor, 27 januari 2007, www.destentor.nl)

Report: Netherlands extradites Dutch national linked to attacks on U.S. troops in Iraq

AMSTERDAM, Netherlands - The Netherlands' government has extradited a Dutch citizen charged with involvement in terror attacks on U.S. troops in Iraq, Dutch state broadcaster NOS reported Saturday.

In December, Dutch courts ruled Iraqi-born Wesam al Delaema, 32, could be extradited for his alleged role in attacks on U.S. forces in 2003.

Al Delaema was on a plane headed for an undisclosed location in the U.S., the NOS report said, citing the Dutch Justice Ministry.

The ministry could not immediately be reached for comment.

Al Delaema will become the first suspect tried in a U.S. court for alleged terrorism in Iraq's bloody insurgency.

If convicted, he faces a maximum sentence of life in prison. Al Delaema claims he is innocent and his lawyers have argued that the U.S. does not have the right to try him. Evidence against him includes a videotape he allegedly filmed of a group called "Warriors of Fallujah" preparing a roadside bomb.

The tape was seized by police who raided al Delaema's house in the Dutch city of Amersfoort in May 2005 following a tip from U.S. authorities.

(source: Associated Press/International Herald Tribune, 27 januari 2007, www.iht.com)

Terreurverdachte Al D. naar VS

De van terreur verdachte Nederlander van Iraakse afkomst Wesam al D. is op weg naar de VS. Dat heeft het ministerie van Justitie bevestigd. Hij moet in de VS terecht staan voor betrokkenheid bij terreuraanslagen tegen Amerikaanse soldaten in Irak in 2003.

Het was lange tijd onduidelijk wanneer Al D. naar Amerika zou worden gevlogen. Geen enkele luchtvaartmaatschappij uit Amerika wilde hem vervoeren. Het is nog niet bekend hoe Al D. nu naar de VS vliegt. Mogelijk is dat met een toestel van het ministerie van Defensie.

De rechter oordeelde in december dat Al D. uitgeleverd mocht worden.

(bron: NOS, 27 januari 2007, www.nos.nl)

Calls for inquiry into torture story

by Andy Clark in The Hague

Dutch Defence Minister Henk Kamp is calling for an inquiry into how a leading Dutch newspaper came to publish a story about the alleged torturing of Iraqi prisoners by Dutch troops.

The story was published just five days before national elections here in November and the minister suggests it was an attempt to influence the vote.

According to the minister, the story in the morning daily De Volkskrant was based on only partial information and he says the newspaper never gave the Defence Ministry the chance to correct this.

"It was a sloppy way of carrying on with the good name of the Dutch army and it was also something that could have influenced the election. Both these things are holy and if there is something not right here then it would seem sensible to me to get to the bottom of this," said the minister following a cabinet meeting on Friday morning.

Explosive story
There are already two inquiries underway into the allegations themselves to ascertain exactly what happened - this latest inquiry would be simply into the role of the newspaper in printing such a potentially explosive story at a crucial time.

The minister - who has been backed by the deputy Prime Minister Gerrit Zalm, who's from the same political party - is calling for the inquiry into the role of the newspaper after it was revealed someone who went on to be an opposition party member of parliament was involved with the story.

The man in question, Ton Heerts, is now a Labour Party MP and the party was in direct competition with Mr Kamp's liberal VVD party in the election.

Union man
At the time of publication, Mr Heerts was chairman of the military trade union and he revealed he was contacted a number of times by the journalist who wrote the story ahead of its publication.
Heerts denies being the source for the story and says he was only involved to try and limit its impact. He says he would never seek to play politics over the backs of the Dutch military.

"I am not the source for this story and in the second place the input I gave, I have never denied that the journalist called me with questions, was given because I have worked for years as a union man for military personnel and I know the difficulties they can come into if this sort of serious accusations are made," said Mr Heerts.

Interesting details
Even so Defence Minister Kamp has called for the inquiry, saying he finds it "interesting" to know exactly how the story came into being.

"Why is it that a newspaper is only half informed, why doesn't it try to get properly informed and why did it publish such a story just five days ahead of the election?" he said.

The publication of the story infuriated the minister at the time, because it omitted to say that the Defence Ministry itself registered the alleged mistreatment of prisoners and that there had already been an inquiry resulting in a decision that no criminal offences had taken place.

Alleged mistreatment
The allegations themselves centre on claims that Dutch troops based in al-Muthanna in Iraq in 2003 mistreated or even tortured Iraqi prisoners.

During questioning, according to the newspaper, the suspects were blindfolded and then exposed to extreme lights, were sprayed with water to keep them awake and were subjected to '"extremely high-pitched noise".

When asked if he thought it was a government minister's place to call for an inquiry into the working practices of journalists, Mr Kamp said he did not, but he added that he still wanted to get to the bottom of what had happened in this case.

The chief editor of De Volkskrant, Pieter Broertjes, has defended the story and says he won't reveal its source. He says the suggestion that the newspaper worked with the Labour Party in an attempt to influence the election is absurd.

(Source: Radio Netherlands, 26 January 2007, www.radionetherlands.nl)

Kamp wil onderzoek naar bron ‘martelverhaal’ Irak

Van onze verslaggever John Wanders

Minister Kamp van Defensie wil een afzonderlijk onderzoek naar de vraag hoe het bericht in de Volkskrant van 17 november 2006 over de mogelijke mishandeling van Iraakse gevangenen door Nederlandse militairen tot stand is gekomen.

Kamp liet dit vrijdagochtend weten op zijn weblog en herhaalde zijn oproep 's middags na afloop van de ministerraad. Vooraf had hij geen steun gezocht in het kabinet, aldus zijn woordvoerder: ‘Hij deed het voorstel als minister Kamp van Defensie.’ Partijgenoot en vicepremier Zalm sloot zich meteen aan bij de oproep.

Er zijn nu twee commissies bezig met een eigen onderzoek naar de verhoorpraktijken van Nederlandse militairen in Irak (in 2003). Kamp vindt dat een derde onderzoek zich zou moeten richten op de vraag wie interne stukken van Defensie naar de Volkskrant heeft gelekt.

Ook wil Kamp uitgezocht zien waarom de Volkskrant het bericht vijf dagen voor de verkiezingen naar buiten bracht. Die vraag is volgens hem relevant omdat het PvdA-kamerlid Heerts deze week zei dat hij voorafgaand aan de publicatie meermaals contact had met de auteur van het artikel. Heerts ontkent overigens de bron te zijn van het verhaal in de Volkskrant.

De suggestie van de VVD dat er mogelijk sprake was van een complot om de verkiezingsuitslag te beïnvloeden, wordt door de PvdA en de Volkskrant als ‘onzinnig’ afgedaan.

‘Wij zullen zelf niet actief bevorderen dat er een derde onderzoek komt in deze zaak, maar wij hebben helemaal niets te verbergen’, reageert een PvdA-woordvoerder.

Hoofdredacteur Pieter Broertjes van de Volkskrant beklemtoonde vrijdag opnieuw het belang van journalistieke bronbescherming. ‘Dat mensen in gewetensnood bij een krant kunnen aankloppen met hun verhaal, is van belang voor de democratie. Klokkenluiders hebben bij de Volkskrant de zekerheid dat zij beschermd worden.’

Zonder medewerking van de Volkskrant wordt het derde onderzoek dat Kamp nu voor ogen staat wel problematisch, meent VVD-kamerlid Hans van Baalen. ‘Niettemin is ook de VVD-fractie voorstander van zo'n onderzoek.’

Het CDA-kamerlid Ormel stelt dat zijn partij zich blijft concentreren op de hoofdvraag, namelijk wat er precies is voorgevallen in Irak. Ormel: ‘De kwestie krijgt nu een hoog gehalte van "we zouden dit willen en we zouden dat willen''. Maar de kernvraag is helder: zijn Nederlandse militairen in Irak over de schreef gegaan, ja of nee?’

(bron: Volkskrant, 26 januari 2007, www.volkskrant.nl)

Heerts

“Nederlanders martelden Irakezen.” Die kop over de volle breedte van de voorpagina van de Volkskrant van 17 november 2006 steekt nog steeds als een graat in mijn keel. Nederlandse militairen hebben in de jaren 2003 en 2004 gedurende 20 maanden met succes hun best gedaan de bevolking van Zuid-Irak te helpen. Voor wie weet hoe moeilijk de omstandigheden daar waren, hoe groot de risico’s waren die onze militairen liepen en hoe succesvol ze desondanks zijn geweest, was deze kop een slag in het gezicht.

Inderdaad was destijds (oktober 2003) sprake van mogelijk onzorgvuldig gedrag tijdens verhoren door Nederlandse militairen van Irakese gevangenen. Maar dat was door de militaire commandant ter plaatse zelf aan het Operatiecentrum van Defensie gemeld. En op basis van een proces-verbaal van bevindingen van de Koninklijke Marechaussee besloot het Openbaar Ministerie enige tijd later geen strafrechtelijk onderzoek in te stellen. Hierover geen woord in het Volkskrant-artikel, dat vijf dagen voor de Tweede Kamerverkiezingen grote opschudding veroorzaakte. Nog dezelfde dag trok SP-Kamerlid Van Bommel de vergelijking met de Abu Graib-gevangenis en diskwalificeerde PvdA-lijsttrekker Bos mij als minister van Defensie.

De kwestie wordt nu onderzocht door de commissie Van den Berg en door de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (CIVD). De commissies gaan na wat zich heeft afgespeeld en hoe daarop door betrokkenen en verantwoordelijken is gereageerd. Maar er is nog een tweede kwestie: Een krant stelde op grond van onvolledige informatie vijf dagen voor de Tweede Kamerverkiezingen dat Nederlanders Irakezen martelden. Een krant die Defensie geen faire kans had gegeven om de ontbrekende (cruciale) informatie aan te vullen.

Naar aanleiding van een artikel in Elsevier zei PvdA-Kamerlid Heerts gisteravond in het tv-programma Nova dat hij bij de tweede kwestie betrokken was. Vóór de publicatie van het artikel had hij meerdere keren contact met de betrokken journalist van de Volkskrant, bezocht hij samen met deze journalist (Hoedeman) oud-bevelhebber Neisingh van de Marechaussee en benaderde hij Kamerlid Bakker van D66. Zijn bedoeling was, zo zei hij, om te deëscaleren. Dat is niet gelukt. We kunnen vaststellen dat het tegenovergestelde het resultaat was.

Trouwens: Neisingh wist van het Marechaussee-onderzoek en de betrokkenheid van het Openbaar Ministerie. Zou hij de heren Hoedeman en Heerts daar niet op gewezen hebben?

Volgens Heerts moet nu de onderste steen boven komen. Daar ben ik het van ganser harte mee eens. In aanvulling op de onderzoeken van de twee commissies naar wat zich in Irak heeft afgespeeld, zou onderzocht moeten worden hoe de publicatie in de Volkskrant tot stand kwam. Een derde onderzoek dus. Het gaat dan onder andere om de volgende vragen:

- Wie heeft interne stukken van Defensie aan de Volkskrant ter beschikking gesteld?
- Waarom gaf die bron de Volkskrant niet de informatie over het onderzoek van de Marechaussee en het besluit van het Openbaar Ministerie?
- Waarom kreeg Defensie niet vóór publicatie tijdig de kans om de ontbrekende informatie aan te vullen?
- Op welke wijze waren (aspirant-)politici betrokken bij de voorbereiding van de publicatie?
- Waarom werd het artikel vijf dagen voor de verkiezingen gepubliceerd?

We hebben het over de goede naam van de Nederlandse krijgsmacht en over het verloop van het verkiezingsproces. Het zou de Volkskrant en de PvdA sieren als ze bereid zijn bij dit derde onderzoek volledige openheid van zaken te geven. Met de rapportages van de commissie Van den Berg en de CIVD is dan de onderste steen boven.

(bron: weblog minister Kamp, 26 januari 2007, www.defensie.nl)

Ministers willen onderzoek naar martelverhaal

De VVD-ministers Henk Kamp (Defensie) en Gerrit Zalm (Financiën) zien graag een onderzoek naar de totstandkoming van het verhaal dat Nederlandse militairen zich in Irak schuldig zouden hebben gemaakt aan marteling.

De PvdA vindt daarentegen dat zij al open genoeg is geweest en de Volkskrant, dat het artikel publiceerde, peinst er niet over informatie te geven. Het PvdA-Tweede Kamerlid Ton Heerts gaf deze week toe dat hij een verslaggever van de Volkskrant afgelopen najaar heeft geholpen bij het omstreden artikel. Hij ontkent echter categorisch de bron van het verhaal te zijn.

Kamp had vrijdag opnieuw op zijn weblog geschreven dat de kwestie nog steeds als een ,,graat in zijn keel steekt.'' De minister vindt dat Heerts ,,nogal een intensieve betrokkenheid'' bij de publicatie had, zo zei hij in een toelichting.

Reactie

Het probleem is volgens Kamp dat door het onvolledige beeld dat de Volkskrant heeft gegeven, de goede naam van de krijgsmacht is aangetast en bovendien het verkiezingsproces kon worden beïnvloed. Hij zei dat het de PvdA en de Volkskrant zou sieren om openheid van zaken te geven.

De PvdA noemde de suggestie dat de partij hand in hand met de Volkskrant zou lopen om de verkiezingen te beïnvloeden ,,onzinnig''. De kern blijft voor de PvdA wat er precies in Irak is gebeurd, hoe Defensie daarop heeft gereageerd en of Kamp zelf de Kamer destijds voldoende heeft ingelicht.

Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes vindt het vervelend dat Kamp de krant voor de tweede keer in een kwaad daglicht stelt. Broertjes noemt het ook vervelend dat achteraf bleek dat het OM de vermeende martelingen al had onderzocht en niet had vervolgd. ,,Dat wisten we echt niet.''

(bron: ANP-NRC/Handelsblad, 26 januari 2007, www.nrc.nl)

'Onthulling' met luchtje

'Ik adviseerde de verslaggever': PvdA-kamerlid Ton Heerts was nauw betrokken bij Volkskrant-primeur over vermeende martelingen in Irak door Nederlanders

Eric Vrijsen

Op vrijdag 17 november, vijf dagen voor de landelijke verkiezingen van 22 november, knalde de Volkskrant zeven kolom breed – dus over de hele voorpagina –dat Nederlandse militairen van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) in november 2003 Irakese gevangenen hadden gemarteld. Althans: officieren van de MIVD zouden gevangenen hebben onderworpen aan 'hardhandige tactische ondervragingen' die volgens deskundigen in het internationaal recht martelingen konden worden genoemd.

Onder de explosieve kop 'Nederlanders martelden Irakezen' had de krant het over 'strafbare feiten' en over de – inmiddels gepensioneerde – generaal-majoor Cees Neisingh van de Koninklijke Marechaussee, die destijds had geadviseerd de zaak aanhangig te maken bij justitie. Maar 's lands hoogste militair, luitenant-admiraal Luuk Kroon, zou de affaire geheim hebben gehouden. Nederland was in één klap een martel- en een doofpotschandaal rijker, leek het.

Opwinding maakte zich meester van politiek Den Haag. Zou de onthulling de verkiezingen een beslissende wending geven? Binnenskamers vochten CDA-premier Jan Peter Balkenende en minister Henk Kamp (VVD) van Defensie een conflict uit over de vraag of er een commissie van onderzoek moest komen. Balkenende won.

Kamp was op de ochtend van 17 november uitgenodigd in het praatprogramma Who's next van NRC Handelsblad-tv. Journalist Robert van de Roer zou met de bewindsman de dagbladen doornemen. Kamp was in zijn sas met de uitnodiging, want zijn VVD keeg bar weinig aandacht in de verkiezingscampagne. Maar op de dag zelf bleek het een nachtmerrie, want uitgerekend nu bracht de Volkskrant het Irak-verhaal.

Vlak voor de uitzending rinkelde Kamps mobiele telefoon. Premier Balkenende had de Volkskrant gezien en eiste opheldering. Kamp liep snel de studio uit, maar vergat dat hij zijn microfoontje al opgespeld had gekregen. Gelukkig was het nog vroeg. De slaperige cameramannen en de presentator  hadden niet in de gaten dat ze via hun koptelefoons konden meeluisteren met de hoog- oplopende ruzie.

Met hun camera's hadden ze het twistgesprek eenvoudig kunnen vastleggen. Maar ze misten een dijk van een primeur: 'Premier dwingt Kamp tot Irak-onderzoek.' Kamp bezwoer Balkenende dat er niets aan de hand was. Hij voelde absoluut niet voor zo'n onderzoek. Het ging hard tegen hard. Uiteindelijk boog Kamp voor de premier. Hij zou een onderzoek instellen en die beslissing van de premier naar buiten toe loyaal verdedigen.

Alle media doken die ochtend op 'het Nederlandse Abu Ghraib-schandaal'. PvdA-leider Wouter Bos reageerde fel: 'Kamp is geen knip voor de neus waard.' Kort tevoren prees Bos hem nog als 'beste minister van het kabinet'. Maar zo kort voor de verkiezingen greep Bos het nieuws aan om het kabinet te beschimpen. De PvdA mobiliseerde prominenten om het schandaal in tv-shows uit te melken en eiste nog vóór de verkiezingen een spoeddebat.

De onthulling van de Volkskrant werd, kortom, een politiek feit in verkiezingstijd. Liberale politici, onder wie VVD-lijsttrekker Mark Rutte, zinspeelden daar ook op. Volgens hen zat er een luchtje aan de onthullingen – een politiek luchtje.

Commissies
Inmiddels zoeken zelfs twee commissies het vermeende schandaal uit. Toch is er vooralsnog sprake van een loze beschuldiging. En wat het politieke luchtje betreft: onderzoek van Elsevier wijst uit dat de nummer 5 op de kandidatenlijst van de PvdA, Ton Heerts, een cruciale rol speelde bij de 'onthullingen' in de Volkskrant. Niet zozeer de mensenrechten in Irak zijn in het geding, maar de politieke zeden van de PvdA, althans die van een prominent politicus van die partij.

Het huidige PvdA-Tweede-Kamerlid Ton Heerts was in de weken voor de verkiezingen opvallend druk in de weer met de martelprimeur. Heerts construeerde nieuws dat hij via anderen wilde laten lekken. 'Hij heeft mij hierover herhaaldelijk gebeld,' verzekert Bert Bakker, inmiddels kamerlid af, maar toen nog de militair deskundige van D66 in de Tweede Kamer. Maar Bakker liet zich niet voor het PvdA-karretje spannen. Bakker: 'Nadat de Volkskrant met het verhaal kwam, belde Heerts mij opnieuw en vertelde ronduit dat hij nauw bij dat artikel betrokken was,' aldus Bakker.

Heerts zelf bevestigt dat hij in de maanden voor de verkiezingen met de Volkskrant samenwerkte: 'Ik adviseerde de verslaggever hoe hij de gegevens moest interpreteren.' Heerts sprak in oktober ook met de in het Volkskrant-artikel genoemde Cees Neisingh, voormalig bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee over de bejegening van Iraakse gevangenen in 2003. De sinds 2004 gepen-sioneerde generaal bevestigt dit tegenover Elsevier, maar wil het niet verder toelichten: 'Ik wens geen rol te spelen in deze discussie.'

Heerts zegt dat hij altijd uit was op 'waarheidsvinding'. Het was hem niet te doen om een thema waarmee zijn PvdA de regeringspartijen CDA en VVD in de verkiezingscampagne kon beschadigen, zegt hij. Maar op een zeker moment voelde Heerts dat de zaak een zware lading kreeg. Hij sprak vlak voor de publicatie een boodschap in op de voicemail van Wouter Bos. 'Dit gebeurde pas op het allerlaatst. Toen duidelijk was hoe serieus de zaak werd,' zegt Heerts.

Liet de Volkskrant zich tijdens de verkiezingscampagne op sleeptouw nemen door een PvdA-kandidaat? Hoofdredacteur Pieter Broertjes van de Volkskrant zegt dat hij zich niet herkent in de term 'adviseur' die Heerts voor zijn rol gebruikt. 'Wij hebben gewoon met bronnen gewerkt.' Volkskrant-verslaggever Jan Hoedeman, auteur van het artikel, zegt dat hij 'weleens iets bij Heerts heeft getoetst'. Maar Heerts stond volgens Hoedeman niet aan de basis van het Irak-verhaal.  Wie zijn bronnen dan wel waren, wil hij niet zeggen.

Schaduwcommandant
Heerts komt uit de vakbondswereld en was als voorzitter van de Marechausseevereniging een soort 'schaduwcommandant' van de marechaussee (zie 'Man van het fotorolletje' op pagina 13), zeer bekwaam in het tactisch lekken van informatie naar de pers. Zomer 2006 moest hij nog snel even lid worden van de PvdA, voordat hij als nummer 5 op de kan-didatenlijst kon komen: de hoogste nieuwkomer. In de partij was hij een nieuweling.

Het is moeilijk voorstelbaar dat Heerts over zó'n brisante kwestie stiekem journalisten informeerde zonder rugdekking van de partijtop. Vaststaat dat Heerts op 16 november, daags voor de geruchtmakende publicatie in de Volkskrant, terzake contact had met het PvdA-campagneteam. Het PvdA-kamerlid Frans Timmermans, lid van dit team en defensiewoordvoerder van de fractie, zegt dat Heerts hem toen meedeelde dat de Volkskrant de volgende ochtend met het Irak-verhaal zou komen. Timmermans veronderstelt dat oud-collega's van de militaire vakbonden Heerts op de hoogte brachten.

In werkelijkheid stond Heerts de Volkskrant al geruime tijd terzijde. Remco Dolstra, woordvoerder van PvdA-leider Bos, zegt:  'Heerts had in deze kwestie al contact met de Volkskrant voordat hij op de PvdA-kandidatenlijst stond. Als campagneteam stonden wij daarbuiten. Toen Heerts wist dat de krant over Irak ging schrijven, heeft hij de PvdA als toekomstige werkgever netjes ingelicht.'

Volgens bronnen op het ministerie van Defensie is het Heerts die de Volkskrant aan de primeur hielp. Hij won bij de voormalig bevelhebber der marechaussee Cees Neisingh informatie in, waarmee de Volkskrant laster kon zaaien. Maar waarom werkte Neisingh hieraan mee? 'Neisingh siddert voor Heerts,' zeggen hoge militairen. Hij weet dat Heerts in het verleden verhalen naar de pers lekte. Neisingh besefte ook dat Heerts op de hoogte was van de beschuldigingen van incest die Neisinghs dochter ooit tegen haar vader uitte. Zij deed aangifte, waarna de politie een onderzoek instelde en justitie de zaak terzijde schoof. Kwestie afgedaan, al was Neisingh nog steeds beducht dat zijn goede reputatie – hij geldt als een integer vakman – door het slijk zou gaan.

Marechaussee-officieren betwijfelen of Neisingh zich chantabel voelde. Maar waarom hij Heerts dan wel aan informatie hielp, blijft duister. Een direct betrokkene verzekert dat Neisingh onmiddellijk na de Volkskrant-publicatie met minister Kamp van Defensie belde om zijn contact met Heerts op te biechten. De minister was ziedend. Volgens bronnen op het ministerie van Defensie bleek meteen daarna ook dat Heerts in de voorbije weken geregeld telefoontjes had gepleegd met oud-collega's van de marechaussee om te vragen hoe het ook alweer zat met dat Irak-schandaal.

Het beeld doemt op van een politicus die optrad als handlanger van een journalist. Die zijn contacten op het departement gebruikte om geheime documenten boven water te halen. Heerts ontkent dit. Hij zegt dat de Volkskrant al maanden over de gegevens beschikte en dat hij alleen hielp bij de beoordeling.

Met deze lezing maakt hij het er niet beter op. Want de Volkskrant interpreteerde de kwestie verkeerd. Het eerste stuk dat op 17 november voor zoveel ophef zorgde, bevatte een cruciale fout: de bewering dat 's lands hoogste militair, luitenant-admiraal Luuk Kroon, de strafbare feiten verborgen hield voor justitie. Ondanks een advies van Neisingh om de zaak te melden en voor de rechter te laten komen, 'koos Kroon ervoor de zaak buiten de openbaarheid te houden', aldus de krant.

Geheime nota
Een dag later moest de Volkskrant dit herstellen: de marechaussee meldde 'de gewraakte verhoren' destijds wel  bij het Openbaar Ministerie. Maar het OM oordeelde dat er geen strafbare feiten waren. Daarmee ontkrachtte de krant de eerdere onthulling.

Essentieel voor de bewijsvoering van de Volkskrant waren twee korte citaten uit een geheime nota van Neisingh. 'Mij ontbreekt inzicht in de rechtsgrond voor het vier dagen vasthouden en ondervragen van, op eigen gezag door Nederlandse militairen aangehouden burgers.' En: 'Ik heb me niet aan de indruk kunnen onttrekken dat de sterke sociale controle in de weg staat van het doen van op zichzelf terechte aangiften.'

Deze passages waren uit hun verband gerukt. Neisingh rept in de nota namelijk niet over de martelingen of zelfs maar over harde ondervragingen. Hij beschrijft slechts in algemene termen dat militairen buiten hun boekje konden gaan en vervolgens iedereen konden intimideren die dat aan de kaak wilde stellen. Zijn nota heet: Cultuurverschillen Irak. Het stuk gaat niet over de sjiieten en de soenieten, maar over de Koninklijke Marechaussee en de Koninklijke Marine.

Opvallend is de datering van Neisinghs nota: 18 november 2003. Dat is drie weken nadat marinierscommandant Swijgman in Irak aangifte deed van mogelijk wangedrag door enkele contraspionnen van de militaire inlichtingendienst MIVD. Swijgman had op 22 oktober geruchten vernomen over harde ondervragingen. Hij deed meteen navraag en belde op 25 oktober generaal Pieter Cobelens van het Crisiscentrum op het ministerie van Defensie. Op 27 oktober deed hij schriftelijk verslag. Nadat luitenant-admiraal Kroon er op 3 november met Neisingh over had gesproken, maakte Swijgman de zaak bij justitie aanhangig.

Defensie nam de zaak dus meteen serieus. De marechaussee durfde duidelijk wél op te treden tegen de mariniers en de MIVD. Het Openbaar Ministerie in Arnhem was er ook mee bezig. Neisinghs zorgen werden al bij voorbaat ontzenuwd. Niks intimidatie.

Wat beoogde Neisingh dan met zijn cultuurverschillen-nota? De top van Defensie oordeelt dat de bevelhebber zichzelf wilde vrijpleiten voor het geval er na zijn pensionering gedoe ontstond over de MIVD-verhoren. Dat is dan dramatisch slecht uitgepakt. Neisinghs  waarschuwingen maakten het de Volkskrant en 'adviseur' Ton Heerts bijzonder makkelijk. Ze konden er het bewijs in lezen dat militairen hun bevoegdheden te buiten gingen én dat vervolgens alles in de doofpot belandde.

De ophef over de onthulling van de Volkskrant  ebde snel weg. Ook de PvdA matigde na een dag of drie zijn toon: een spoeddebat hoefde ineens niet meer. De socialisten beweerden 'géén vluggertje' te willen maken. Mogelijk speelde daarbij een rol dat in enquêtes en internetraadplegingen de meeste Nederlanders het opnamen voor de militairen. Volgens peilingen dacht driekwart van de bevolking dat het nieuws was gelekt om de verkiezingsuitslag te beïnvloeden.

Wat Wouter Bos deed besluiten tot deze koerswijziging zal wel onduidelijk blijven. Feit is dat hij de maandag na de publicatie een gesprek voerde met Ton Heerts over diens betrokkenheid bij de Volkskrant-primeur. "

Man van het fotorolletje

Vakbondsman Ton Heerts was schaduwcommandant marechaussee en beschuldigde MIVD van vernietiging 'Srebrenica-filmpje'

Ton Heerts (40) hakte vaker met het lekken-naar-de-pers-bijltje. Tussen 1994 en 2000 was hij voorzitter van de Marechausseevereniging en verwierf hij een voortreffelijke informatiepositie. Achtereenvolgende bevelhebbers deelden alle documentatie met hem, omdat het personeel eigenlijk alleen bij zíjn bond was aangesloten. Dat gevoelige informatie keer op keer in de media terechtkwam, nam de korpsleiding hem niet kwalijk.

Zo ontwikkelde vakbondsman Heerts zich tot een schaduwcommandant van de Koninklijke Marechaussee. Hij kreeg alle gegevens van de top en hij verzamelde ook informatie op het niveau van de wachtmeesters en lagere officieren. Zijn positie was zó onaantastbaar dat hij eerst aansluiting zocht bij vakcentrale CNV. Uit ontevredenheid over de positie die hij in het CNV-bestuur verwierf, stapte hij in 2000 over naar de FNV, met medeneming van vierduizend CNV-leden. Daar schopte hij het tot vice-voorzitter.

Zijn mediatalent is onmiskenbaar. Hij bespeelde journalisten. Hij was een dompteur van de beeldvorming. Volgens voormalige marechaussee-officieren kreeg Heerts twee brigadegeneraals op de knieën. Zij namen ontslag vlak voordat ze werden aangesteld als bevelhebber der marechaussee. In 1998 haakte een beoogd bevelhebber af toen enkele kranten schreven dat hij wangedrag van Nederlandse vredesmilitairen in Angola in de doofpot had gestopt. In 2003 trok een tweede beoogd bevelhebber zich terug. Hij was al door het kabinet benoemd, maar durfde vanwege 'publicaties rond zijn persoon' de promotie niet aan. In de pers was uitgelekt dat op zijn werkcomputer restanten van pornosites waren aangetroffen. In marechausseekringen betwisten weinigen dat Heerts de hand had in het verspreiden van onverkwikkelijke feitjes over de twee. Geen wonder dat Cees Neisingh – de man die van 1999 tot 2004 bevelhebber was en door Heerts werd benaderd  voor interne informatie over het 'martelschandaal' – beducht was voor Heerts.

In de nasleep van het bloedbad in Srebrenica (Bosnië) informeerde Heerts journalisten over misdragingen en blunders door militairen. Heerts rakelde allerlei dingen op, die naderhand meestal niet werden bewezen, maar die uiteindelijk mede leidden tot het instellen van een parlementaire enquête. Hij tipte de pers bijvoorbeeld over een mislukt fotorolletje. Het ging om de opnamen die luitenant Ron Rutten op 13 juli 1995 maakte van negen geëxecuteerde mannen nabij Srebrenica. Rutten legde ook andere bewijzen van massamoorden vast. Hij droeg zijn fotorolletje over aan de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), die het door een laborant in een Haagse kazerne liet ontwikkelen. In het duister van de doka vergiste de laborant zich: hij doopte het rolletje niet in ontwikkelingsvloeistof, maar in fixeer. In plaats van harde bewijzen voor het Joegoslavië-tribunaal, leverde het fotorolletje een stukje plastic op.

Heerts hield in contacten met journalisten jarenlang staande dat de MIVD het filmpje opzettelijk had vernietigd. Hij bestookte ook de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica met dat verhaal. Commissievoorzitter Bert Bakker (D66): 'Door toedoen van Heerts hebben wij nog een extra verhoordag ingelast om het verhaal over het fotorolletje te ontrafelen. CDA-kamerlid Aad Mosterd, die scheikunde heeft gestudeerd, stelde de vragen over het ontwikkelingsprocédé. Uiteindelijk concludeerden we dat het ontwikkelen van het filmpje gewoon was mislukt.' "

'Martelingen' als wereldnieuws
Beeld van Nederlanders als folteraars bleef lang hangen

'Nederlandse officieren hebben zich schuldig gemaakt aan marteling van tientallen Iraakse gevangenen in de Zuid-Iraakse provincie Al Muthanna. In november 2003 heeft een cel van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) “hardhandige tactische ondervragingen uitgevoerd”.'

Zo luidden de eerste zinnen van het artikel dat de Volkskrant op 17 november 2006 op de voorpagina zet. Hoogleraar internationaal recht Willem van Genugten wordt in het artikel opgevoerd om duidelijk te maken dat de beschreven 'hardhandige' handelingen van de MIVD – met water gooien, stofbrillen op het hoofd zetten tijdens verhoor en hoge geluidstonen laten horen – volgens internationale definities onder martelen vallen.

VVD-leider Mark Rutte zegt dat er een luchtje zit aan de 'onthullingen', zo vlak voor de verkiezingen. Maar het, later danig afgezwakte, nieuws gaat als een lopend vuurtje de hele wereld over: Nederlandse militairen martelen hun gevangenen. De persbureaus AFP en UPI citeren de krant en concluderen dat hoge officieren weet hadden van de martelingen, maar niets deden. De Weekly Australian spreekt van 'een folter cover-up'. Lokale Amerikaanse kranten als The Buffalo News vatten de berichtgeving van 'a respected Dutch newspaper' ('een respectabel Nederlands dagblad') als volgt samen: 'Nederlandse regering zegt dat militaire ondervragers vijftien gevangenen mishandelden.'

De in Berlijn gestationeerde correspondent van het Iraanse persbureau IRNA meldt: 'Nederlanders mishandelden tientallen gevangenen. Dagelijks.' CDA-premier Jan Peter Balkenende laat volgens IRNA weten 'geschokt' te zijn. In het Midden-Oosten informeren de televisiezenders Al Jazeera en Al Arabiya het miljoenen-publiek over schendingen van de mensenrechten door Nederlandse militairen.
Dat de Volkskrant het woord 'martelingen' later terugtrekt, is voor de internationale media geen nieuws. Overal ter wereld blijft daardoor het beeld hangen dat – in navolging van Amerikaanse collega's – ook Nederlandse militairen in Irak zich ontpopten als folteraars.

Loopbaan Ton Heerts

12-12-1966 Geboren in Tubbergen in -katholiek boerengezin
1985 Na de havo volgt hij de beroeps-opleiding tot marechaussee
1986-1989 Lid van een opsporingseenheid en later beveiliger van prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven
1989-1991 Officiersopleiding aan de -Koninklijke Militaire Academie in Breda
1991-1997 Commandant Operationele Eenheid
1993 Secretaris Marechaussee-vereniging en kaderschool CNV
1994 Voorzitter Marechaussee-vereniging en bestuurslid CNV
2000 Stapt met medeneming van zijn -leden over naar FNV-bond AFMP
2003 Secretaris FNV-bestuur en lid van de Sociaal-Economische Raad
2005 Vice-voorzitter FNV
juni 2006 Wordt lid van de PvdA
augustus 2006 Kandidaat-kamerlid PvdA; als nummer 5 op de kandidatenlijst is hij de hoogste nieuwkomer
30 november 2006 Kamerlid PvdA

(bron: Elsevier, 24 januari 2007, www.elsevier.nl)

Rol PvdA’er bij onthulling ’martelingen’

door Ron Korver

Prominent PvdA-Kamerlid Ton Heerts is actief betrokken geweest bij onthullingen over zogenaamde martelpraktijken door Nederlandse militairen in Irak.

Zo vergezelde hij een van de betrokken journalisten tijdens een gesprek dat in oktober plaatsvond over de kwestie met de oud-bevelhebber der marechaussee generaal-majoor Neisingh. Dat heeft de PvdA gisteren bevestigd.

De publicatie in de Volkskrant, enkele dagen voor de verkiezingen van afgelopen november, zette de campagne in vuur en vlam. Minister Kamp (Defensie) sprak van bewuste manipulatie. VVD-leider Mark Rutte eist opheldering over de zaak.

Oud-FNVman en oud-marechaussee Heerts, de nummer vijf van de PvdA-lijst, ontkent tegenover deze krant in alle toonaarden dat hij de bron was van het geruchtmakende verhaal, zoals Elsevier deze week suggereert.

Heerts, wiens politieke carrière begon als vertegenwoordiger van de Marechausseevereniging, zei gisteren aanvankelijk slechts „enkele procedurele vragen van de Volkskrant-journalisten te hebben beantwoord”, maar niet „actief” bij het verhaal betrokken te zijn geweest. Later op de dag moest dat beeld door de PvdA worden gecorrigeerd, toen bleek dat de politicus wel degelijk een actievere rol had gespeeld.

Tijdens het gesprek met Neisingh zou Heerts vooral vergelijkingen willen trekken tussen de handelwijze van de marechaussee nu en ten tijde van Srebrenica, zo meldt een PvdA-woordvoerder.

Onhandig
Ook heeft Heerts de zaak met oud-D66-Kamerlid Bert Bakker besproken. „Puur vanuit mijn vroegere betrokkenheid, en niet vanwege politiek gewin”, stelt Heerts die het tijdstip van publicatie „onhandig” noemt. Bakker acht het „niet ondenkbaar” dat Heerts nauw betrokken was.

Defensie wil niet reageren op het verhaal, omdat de onafhankelijke commissie-Van den Berg de zaak nu onderzoekt: „Wij wachten het resultaat af”. In het bewuste verhaal werd ten onrechte ook gesuggereerd dat Defensie het verhaal in de doofpot wilde stoppen. Het openbaar ministerie zou niet op de hoogte zijn gesteld van de melding van de commandant in Moetanna over mogelijk wangedrag door de Nederlanders, een doodzonde.

PvdA-leider Wouter Bos, die daags voor de onthulling door Heerts op de hoogte was gesteld van de ophanden zijnde onthulling, schreeuwde moord en brand over de vermeende misstanden en de zogenaamde doofpot. Hij noemde Kamp „geen knip voor de neus waard”. Op de dag van publicatie bleek het openbaar ministerie echter wel degelijk te zijn geïnformeerd, maar zag geen reden tot een strafrechtelijk onderzoek. Inmiddels was het verhaal de hele wereld overgegaan en liepen de reputaties van Kamp en onze militairen ernstige schade op.

(bron: Telegraaf, 25 januari 2007, www.telegraaf.nl)

Irak-onthulling links complot, vermoedt VVD

Eindelijk zagen ze bij de VVD bewijs voor hun gelijk. Elsevier meldde gisteren dat PvdA-Kamerlid Ton Heerts de kwade genius was achter de onthullingen in de Volkskrant over de vermeende martelingen in Irak door Nederlandse militairen. „Zie je wel dat het een links complot was”, luidde gisteren de reactie.

Bij de VVD en de top van Defensie zijn ze nog laaiend dat de Volkskrant vijf dagen voor de verkiezingen van 22 november groots opende met het bericht dat inlichtingenofficieren Iraakse gevangenen hadden gemarteld en dat onderzoek daarnaar in de doofpot was gegaan.

Het bericht ging de hele wereld over. Minister Kamp (VVD) zag zijn smetteloze reputatie besmeurd. Dat er gemarteld zou zijn, bleek niet waar, en de zaken waren ook niet in de doofpot gestopt, werd snel duidelijk.

Maar de militairen bleken zich toch niet helemaal netjes te hebben gedragen. Dat wordt nu onderzocht door een onafhankelijke commissie.

Bij Defensie wezen de vingers al snel naar Heerts, de vroegere voorzitter van de vakbond voor marechaussees en inmiddels PvdA-Kamerlid.

Hij was tijdens de Srebrenica-affaire een luis in de pels van Defensie en stond bekend om zijn goede contacten met journalisten.

Heerts bevestigde gisteren dat hij diverse malen contact heeft gehad met de betrokken journalist van de Volkskrant , maar niet als bron, ’maar als adviseur die ter toetsing diverse zaken kreeg voorgelegd’. Dat hij de journalist zou hebben geïnformeerd over de vermeende misstanden en dat er sprake was van een georkestreerde PvdA-hetze tegen het kabinet, doet Heerts af als ’absolute onzin’.

Heerts erkent dat hij enkele malen contact heeft gehad met defensie-expert Bert Bakker van D66. Maar hij ontkent dat hij met hem in deze zaak had willen samenspannen.

Bakker bevestigt dat hij met Heerts heeft gesproken, maar niet meer dan dat. Hij kent hem als een man die over veel informatie beschikt en soms ook initiatief neemt om journalisten te bellen. „Maar of dat in deze zaak ook is gebeurd weet ik niet.’”

De Volkskrant-verslaggever zelf zegt dat hij zijn verhaal baseerde op een reeks bronnen, maar wil niet zeggen met wie hij allemaal gesproken heeft.

(bron: Trouw, 25 januari 2007, www.trouw.nl)