Laatste berichten

Categorieën

juli 2009

ma di wo do vr za zo
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31    

Neem inhoud van deze site over (XML)

Internetsites doelwit Al-Qaeda

door Joost de Haas

Al-Qaeda heeft Nederlandse internetsites gekraakt voor het verspreiden van jihadboodschappen.

De terreurorganisatie beschikt over wachtwoorden voor de netwerken van de Universiteit Twente en het Landelijk Antidiscriminatie Bureau. Ook een internetadres van telecombedrijf Essent Kabelcom is gebruikt door hackers van Al-Qaeda.

Dit blijkt uit onderzoek van Amerikaanse terreurbestrijders. De Nederlandse sites staan in een handboek van Al-Qaeda voor het kraken van websites.

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) heeft dezelfde informatie, maar houdt de lijst met kwetsbare sites geheim. „Wij zijn door de NCTb niet op de hoogte gesteld van dit potentiële veiligheidslek”, aldus het bestuur van ’Studenten Net Twente’ in een reactie.

Het handboek van Al-Qaeda vermeldt een wachtwoord dat toebehoort aan een Twents studentendispuut. Volgens het studentennet is het wachtwoord inmiddels niet meer te gebruiken.

Het Landelijk Antidiscriminatie Bureau reageert verbijsterd. „Het wachtwoord is bij ons nog wel in gebruik, maar ook wij zijn niet gewaarschuwd. We gaan onmiddellijk maatregelen nemen”, meldt een woordvoerder.

Essent Kabelcom wist ook van niets en onderzoekt hoe een abonneesite in handen kwam van Al-Qaeda. „De pagina is niet meer opvraagbaar, maar wellicht bevat het internetadres onzichtbare informatie”, aldus een zegsman.

De handleiding voor het kraken en kapen van westerse sites is samengesteld door het Global Islamic Media Front, de spreekbuis van Al-Qaeda. De Telegraaf verkreeg een kopie van het Amerikaanse SITE-instituut, waar dagelijks de ’elektronische jihad’ in kaart wordt gebracht.

Het 74 pagina’s tellende document beschrijft nauwgezet elke stap voor het binnendringen van internetsites en het plaatsen van propaganda. Brein achter de kraakmethoden is de Brit Younis Tsouli, alias ’Irhabi 007’. De meesterhacker zit vast in Londen.

(bron: Telegraaf, 23 januari 2007, www.telegraaf.nl)

Terror sites increasing as never before

by Nicolien den Boer*

The Dutch National Anti-Terrorism Co-ordinator Tjibbe Joustra says the Internet is acting more and more like a virtual training camp for terrorists. He finds it worrying that an increasing number of films giving detailed instructions on how to make bombs or explosive belts are appearing on the web. At the moment, the video clips are in Arabic, but he says it is only a matter of time before they appear in Dutch.

Mr Joustra says there are between 100 and 200 Dutch-language radical Islamic websites. In February 2005, shortly after the murder of film-maker Theo van Gogh, parliament ordered a government investigation into radical sites and for them to be blocked. Mr Joustra says little has so far been done to achieve this.

Hard to block
Internet expert Herbert Blankestein believes Mr Joustra has to accept that radical information can be found on the Internet: "The information is out there, it's all over the place and you can't get rid of it". Mr Blankestein says it is possible to block sites but that little is achieved by doing this. The information will just be moved to other sites inside or outside the Netherlands. Many radical Dutch-language sites have already moved to foreign providers for this reason. He says: "Even if the information were removed from the whole civilised world, there would still be uncivilised countries - in South America, Eastern Europe and Asia - where it could not be got rid of.

The report, 'Jihadists and the Internet', by the National Anti-Terrorism Co-ordinator and the Dutch intelligence service, the AIVD, indicates that radical Muslims make frequent use of the Internet to form virtual networks, to facilitate training and for propaganda purposes. Such virtual networks provide an informal pool of people willing to further the 'jihad'. Being willing to take part in a terrorist attack is one thing, but such an attack also requires the knowledge, skills and means of carrying it out. And the Internet offers an abundance of training possibilities. Written instruction manuals on how to make bombs were already available on the Internet, but now there are videos showing exactly what materials are needed to make a bomb, the necessary quantities and how to put them together.

Radicalisation
Propaganda on radical Islamic websites reaches a wide audience (especially among young people) and there are relatively few competing voices to counter the message. The research indicates the propaganda is not just one-way: jihadists also try to make contact with the like-minded. The report also points to the (further) radicalisation of Muslim women. They often cannot move around easily and the Internet can provide them with a limited view of the world.

Tjibbe Joustra hopes his research will lead to more moderate Muslim groups spreading their vision of Islam via the Internet. "We've tried, in the report, to show the size of the problem and to make it clear that there is a huge amount of fundamentalist, Salafist or jihadist interpretations of Islam on the Internet. And we hope that this information will encourage other groups to put their far more moderate vision of Islam on the Internet".

Mr Joustra thinks a 'cyber attack', launched by radical Muslims on the Internet itself, is unlikely. It is true that a terrorist attack on the Internet's infrastructure would be easier to mount than a suicide attack. However, such an attack would also affect the jihadists' virtual network and would not involve martyrdom. Besides, many measures have already been taken to guard against a possible cyber attack.

Professor Gabriel Weiman, from Israel's University of Haifa Communications Department, researches terrorist websites and published the book, Terror on the Internet, in April 2006. When he first started work on the project eight years ago, there were only 12 terrorist websites on the Internet. Today, there are more than 5,000 and the number is growing by the day.

A large group of international researchers observe the sites 24 hours a day, seven days a week; they are translated and archived. Locating radical sites is often difficult as some are short-lived, disappearing after a period. It is even more difficult to find out who is behind a particular website because it so easy to publish anonymously.

Professor Weiman says radical websites are becoming more technologically advanced, and are often ahead of, for example, United States government sites. Terrorists were aware of the possibilities of the Internet at a very early stage and they still have this lead. He says radical sites aimed at special target groups, such as women, children or 'the enemy', are a new development designed to reach the broadest possible public.

(Source: Radio Netherlands. 17 January 2007, www.radionetherlands.nl)

Jihadisten en het internet

Terroristen en radicale moslims gebruiken het internet volop. Maar het is niet waarschijnlijk dat zij een cyberaanval tegen het internet zullen plegen. Ook het plegen van aanvallen, waarbij het internet als een wapen wordt gebruikt, is niet erg waarschijnlijk. Wel wordt het internet in ruime mate gebruikt voor trainingsdoeleinden, mogelijke voorbereidingsactiviteiten en draagt in hoge mate bij aan de verspreiding van propaganda voor radicalisering. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoek 'Jihadisten en het internet' dat de NCTb vandaag publiceert.

Bij het internet als doelwit richten de terroristische activiteiten zich tegen de infrastructuur van het internet zelf. Denk daarbij aan computerparken, verbindingslijnen van het internet of de organisaties die diensten verlenen die cruciaal zijn voor het functioneren ervan. Een cyberaanval is laagdrempeliger dan bijvoorbeeld zelfmoordaanslagen, waardoor potentieel meer jihadisten daartoe zouden kunnen en willen overgaan. Toch gelden als belangrijkste nadelen voor jihadisten dat het uitschakelen van het internet ook de jihadistische infrastructuur op het internet treft en niet appelleert aan het martelaarschap. Verder behoort een succesvolle cyberaanval niet echt tot de mogelijkheden, vooral als gevolg van de al genomen maatregelen hiertegen.

Het gebruik van het internet als wapen houdt in het plegen van aanslagen tegen fysieke doelen via het internet, bijvoorbeeld door een overname van besturingssystemen van vitale installaties in de chemische sector. Dit is weliswaar voorstelbaar en er bestaan kwetsbaarheden, maar een dergelijke aanval is momenteel niet waarschijnlijk vanwege de vereiste (insiders)kennis.

Voor jihadisten is het internet als middel voor diverse doeleinden cruciaal. Het gaat daarbij vooral om de vorming van virtuele netwerken, het gebruik voor trainingsdoeleinden en propaganda. Door de vorming van virtuele netwerken ontstaat een informele pool van bereidwilligen voor de jihad die geweldsactiviteiten kunnen ontplooien. Verhogen virtuele netwerken vooral de slagkracht van de jihadistische beweging, het volop beschikbare trainingsmateriaal kan, zeker voor 'homegrown-terroristen', bijdragen om de intentie tot het plegen van terroristische aanslagen in daden om te zetten. Bereid zijn tot terroristische activiteiten is immers één ding, maar beschikken over de kennis, vaardigheden en middelen om dat te doen is net zo belangrijk. Als gevolg van propagand  kan een potentiële jihadist met behulp van het internet processen doorlopen van ideologievorming, ideologieversterking en ideologische indoctrinatie.

Propaganda via het internet vindt professioneel plaats, heeft een groot bereik en kent relatief weinig weerwoord. De propaganda blijft niet beperkt tot eenrichtingsverkeer: jihadisten proberen actief de interactie aan te gaan met geïnteresseerden. Dit in combinatie met het feit dat vooral grote groepen jongeren toegang hebben tot het internet en dat intensief gebruiken, dan is duidelijk dat hierdoor een voedingsbodem bestaat voor (verdere) radicalisering. Dat geldt zeker voor moslima's, zij hebben minder bewegingsvrijheid. Het internet biedt hen een venster op wereld en bovendien een mogelijkheid om met die wereld in ongekende vrijheid te communiceren.

Deze studie is in nauwe samenwerking met de AIVD tot stand gekomen. De fenomeenstudie 'Jihadisten en het internet' is gepubliceerd op de website van de NCTb.

(bron: NCTb, 16 januari 2007, www.nctb.nl)

NCTb bezorgd over bomhandleidingen op internet

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb), Tjibbe Joustra, vindt het zorgelijk dat op internet instructiefilms opduiken die gedetailleerd laten zien hoe je een explosief of een bomgordel kunt maken. De video's zijn nu nog in het Arabisch.

Joustra denkt echter dat het een kwestie van tijd is voordat ze in het Nederlands zullen verschijnen. Hij zei dat maandagavond in het actualiteitenprogramma NOVA.
Geschreven bomhandleidingen waren al eerder te vinden op internet. Nu gaat het om video's die precies laten zien welke materialen nodig zijn, in welke hoeveelheden en wat iemand vervolgens moet doen om een bomgordel of ontsteking te maken. Volgens Joustra ontwikkelt internet zich tot een soort virtueel trainingskamp.

Onderzoek
De NCTb publiceert dinsdag een onderzoek naar het gebruik van internet door radicale moslims. Volgens Joustra zijn er honderd à tweehonderd Nederlandstalige radicaal-islamitische websites in de lucht. In februari 2005, drie maanden na de moord op cineast Theo van Gogh, nam de Tweede Kamer een motie aan waarin de regering werd opgedragen dergelijke sites op te sporen en te sluiten. Volgens Joustra is daar echter weinig van terechtgekomen.

Tegen de inhoud van enkele sites is wel opgetreden, maar dat aantal is op de vingers van een hand te tellen, aldus de coördinator. Veel radicale Nederlandstalige sites zijn wel verplaatst naar servers van buitenlandse providers. De NCTb hoopt dat de studie ertoe zal leiden dat ook gematigder moslimgroepen hun visie op internet gaan verspreiden.

(bron: ANP/Algemeen Dagblad, 15 januari 2007, www.ad.nl)

Extremisten winnen....

....Althans, met chatrooms op het web

Onderzoekers vergeleken extremistische sites met overheidssites. De eerste zijn meer multimediaal en interactiever.

Door Michiel van Nieuwstadt

Websites van extremisten en terroristische organisaties zijn technologisch geavanceerder dan websites van Amerikaanse overheidsorganisaties. De terroristen en extremisten maken meer gebruik van multimedia. Hun websites zijn bovendien interactiever: chatrooms en online fora worden veel toegepast.

Amerikaanse overheidswebsites hebben daarentegen een overzichtelijker lay out en maken beter gebruik van conventionele technieken. Daarom is de kwaliteit van websites van Amerikaanse overheden en die van terroristische en extremistische organisaties ruwweg vergelijkbaar, zo concluderen computerwetenschappers van drie Amerikaanse universiteiten in een studie die binnenkort verschijnt in het International Journal of Human-Computer Studies.

De vooruitstrevende technologie op de sites van terroristen en extremisten verraste de onderzoekers, onder leiding van Jialun Qin van de universiteit van Massachusetts in Lowell, omdat zij gebruik maken van computers (webservers) met een lagere capaciteit en instabiele verbindingen. De webservers waarop sites van de Amerikaanse overheid draaien zijn speciaal daarvoor in het leven geroepen. De terroristen/extremisten moeten het doen met gratis internetaanbieders zoals Geocities.

Op 46 procent van de 86 onderzochte sites van terroristische of extremistische groepen stonden audio- en videoclips, waaronder trainingsfilmpjes, beelden van aanslagen en propaganda waarin wordt opgeroepen tot het martelaarsschap. Van 92 Amerikaanse overheidssites die zijn bestudeerd maakt 29 procent gebruik van dit soort multimedia, zo bleek uit de inventarisatie die de computerwetenschappers maakten in de zomer van 2004. Volgens de auteurs is multimedia bij uitstek geschikt voor de terroristensites, omdat dit meer indruk maakt dan tekst.

De Amerikanen beoordeelden ook de interactiviteit van de websites. Niet al te verrassend is dat de overheidssites de terroristen voorblijven als het gaat om het verstrekken van contactinformatie zoals e-mail of postadressen. Wel werpen de onderzoekers de mogelijkheid op dat dit soort een-op-een interactie in websites verborgen zit. Als het gaat om het bouwen van een gemeenschap laten de terroristische en extremistische organisaties de overheden ver achter zich. Terroristische en extremistische groepen uit het Midden-Oosten zijn „zeer actief” in het opzetten en onderhouden van online fora en bulletinboards. Als voorbeelden noemen de Amerikanen fora van ‘met terroristen sympathiserende’ websites www.shawati.com en www.kuwaitchat.net met bijna 32.000 en een kleine 12.000 geregistreerde leden in de zomer van 2004. Op deze sites wordt dagelijks gediscussieerd en wordt steun uitgesproken voor terroristische organisaties. Sommige fora bevatten ook boodschappen van actieve leden van terreurgroepen.

Internet is voor terroristen een interessant medium, schrijven de auteurs, omdat het hun de kans geeft om te ontsnappen aan de selectiecriteria van de redacties van traditionele massamedia. Buiten het middel van de aanslag is het voor hen moeilijk om daartoe toegang te krijgen. Een vergelijking tussen websites van terroristen en websites van de overheid snijdt hout, menen zij, omdat beide zijn gemaakt om het publiek te informeren over doelen, programma’s en strategieën. Websites van de Amerikaanse overheid springen er bovendien uit in internationaal onderzoek, omdat ze interactief zijn en technisch hoogstaand.

Om de terroristen en hun organisaties te vinden, baseerden de onderzoekers zich op rapporten van overheden en onderzoeksorganisaties. Met zoekmachines speurden ze op namen van bekende extremisten/terroristen en een lange lijst trefwoorden. Ook links vanuit en naar deze websites werden inhoudelijk getoetst en dat resulteerde uiteindelijk in een lijst van 86 websites van vooral Islamitische groepen met een basis in het Midden-Oosten. Van deze siteswerd alle informatie binnengehaald en opgeslagen. De websites zijn vergeleken met 92 Amerikaanse overheidssites.

Internet is ‘de turbo van de jihadbeweging’, stelde de AIVD in een onderzoek naar de terroristische dreiging in Nederland, eerder dit jaar. „Internet dient als bron van informatie over terroristische methoden en middelen en fungeert zo als een virtueel trainingskamp”, vond de AIVD.

(Bron: NRC/Handelsblad, 27 december 2006, www.nrc.nl)